Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe ook weder liet Pentateuch-vraagstuk in den maalstroom van elkander bestrijdende meeningen is geraakt. Wat den tegenwoordigen tijd van vroegere dagen onderscheidt, is niet, dat eerst nu ernstige bedenkingen op wetenschappelijke wijze tegen de gangbare Pentateuch-hypothese zijn ingebracht; ik behoef slechts te herinneren aan de namen van Hengstenberg, Havernick, Ranke, Keil, Ed. Böhl, Bissell, Ad. Zahn, Green, Hoedemaker, Rupprecht en James Orr; het overgroote deel der bezwaren, welke thans tegen de bronnenscheiding worden aangevoerd is dan ook allerminst nieuw, men kan ze in de werken van genoemde schrijvers te kust en te keur vinden. Maar het eigenaardige van de huidige anti-Wellhauseniaansche strooming is, dat zij niet meer uitgaat alleen van degenen, die zich door apologetische motieven laten leiden en daarom als conservatieven of traditionalisten te boek staan; mannen, die voor de uiterste consequenties der kritiek niet terugdeinzen, hebben zich openlijk tegen de vier-bronnen-hypothese aangekant, of zich in elk geval genoodzaakt gezien, de volstrekte juistheid harer posita ernstig in twijfel te trekken. En hieraan is het te danken, dat het Pentateuch-vraagstuk in de wetenschappelijke wereld weder bij vernieuwing een vraagstuk geworden is.

Eene eerste verschuiving van denkbeelden teekent zich af bij Qunkel, die nog wel zelf met hand en tand aan de vierbronnen-hypothese vasthoudt, maar toch door de toepassing van zijne sagen-theorie met noodzakelijkheid moest bijdragen tot hare ondermijning.') Met recht kan men zeggen, dat Eerdmans op Qunkel's schouders staat. -) Wanneer men toch met

x) Genesis übersetzt und erklart, 1<= uitgave 1901, 3e uitgave 1910. Afzonderlijk is ook verschenen: Die Sagen der Genesis, Göttingen 1901.

2) W. Eichrodt, Die Quellen der Genesis von neuem untersucht, Giessen 1916, bldz. 151. !

Sluiten