Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wikkelen, die ons vanzelf met enkele gewichtige vraagpunten in aanraking brengen.

Onze eerste bedenking is deze, dat aan het veelvuldig opereeren met liet begrip kapitalisme, als in onzen tijd valt waar te nemen, een vitium originis kleeft, waaraan het zich nimmer heeft ontworsteld.

KarlMarxisde man, die aan de ontleding van de kapitalistische maatschappij een groot deel van zijn leven gewijd heeft. Voor zoo uitbundige loftuiting als een der jongste auteurs over Tlie mystery of Capitalism, Herman Cahn1), doet hooren, wanneer hij aldus het optreden van M a r x inleidt: „But there arose a man of such power of analysis and consecutive thinking, as the human race had perhaps not produced in the thousands of years since Aristotle", moge voldoende grond ontbreken — zeker is, dat hij gaf eene analyse van zoo stoute en geniale opvatting, dat overweldigende indruk door haar moest worden gewekt.

Voor hem was die kapitalistische voortbrengingswijze, de centrale figuur, de bron van alle ellende. Bestrijding van het alles revolutioneerend kapitalisme was zijn levenstaak en onder invloed van die beschouwing ontwikkelde zich de socialistische oorlogsverklaring tegen het kapitalisme, die in het Program van Erfurt deze formuleering vond: „De economische ontwikkeling der burgerlijke maatschappij voert noodzakelijk tot den ondergang van het kleinbedrijf, welks grondslag is, dat de arbeider zijn productiemiddelen in privaat-bezit heeft. Zij scheidt den arbeider van zijn productiemiddelen en maakt hem tot een bezitloozen proletariër, terwijl de productiemiddelen het monopolie van een betrekkelijk klein getal kapitalisten en groot-grondbezitters worden.

J) Capital t o-d ay. A study of recent economie die v« lo p m en t, New York en Londen, 1915, bldz. 208 en vllg.

Sluiten