Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij moeten beginnen met er op te wijzen, dat blijkbaar ook bij Dr. Ubbink zelve de zekerheid van het historische feit niet slechts uitwendig vaststaat, maar dat innerlijke zekerheid aangaande Christus' zoendood, hem over het historische feit niet eens spreken doet.

„Juist de Gereformeerden" — zegt Dr. Ubbink — belijden altijd, „dat Christus in ons leven moet, en wij niet meer in onze zonden, doch Hij „in ons" en wij in Hem.

Welnu, wat is dan voor Dr. Ubbink grooter zekerheid : het buiten hem, lang-voor-zijn-tijd plaats gehad hebbende „historische feit", of het in het heden door hem zelf ervarene leven-van-Christus in hem?1)

En als wij nu nog eens verder vragen mogen, waarmede zal de van-God-vervreemde mensch meerder gebaat zijn, met het immer maar weer verwijzen naar hetgeen voor 2000 jaar is geschied, óf met het toonen, dat het historische feit in het heden wordt bewezen door het leven van Christus in ieder oprecht kind van God ?

Ten tweede zegt Dr. Ubbink zelf: „Wij willen het historische feit niet zonder meer 2) handhaven."

Maar waarom dan toch bestrijdt hij Dr. de Hartog, die ook het historische feit „niet zonder meer" wil handhaven."

Ware slechts de titel van „Een tekort in de éénzijdig3) — historische Christus-beschouwing met nadruk en zonder vooroordeel gelezen, reeds aanstonds zou duidelijk gebleken zijn, dat ook de historische beschouwing door Dr. de Hartog wordt gedeeld, maar dat deze thans eens (om de vele malen genoemde redenen), de metaphysische beschouwing expresselijk naar voren wilde keeren. 4) Het spreekt vanzelf, dat

') Zooals men zal bemerken, volgen wij hier Dr. Ubbink's methode. Mocht men ons tegen willen voeren : „Ook hier geldt „èn het een ên het ander "" dan stemmen wij aanstonds toe. Maar vragen : „Waarom dan Dr. de Hartog aangevallen" ?"

2) Wij cursiveeren. Men lette hier vooral op het woord „meer".

3) Wij cursiveeren.

4) In verband met dit geschilpunt merkt Dr. Ubbink nog op, dat de

Sluiten