Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door Christus geroepen om in de wereld in te gaan en deze voor Hem te veroveren, heeft de Christelijke Kerk terstond na hare stichting haar missie-arbeid aangevangen en de heidensche volkeren in haar schoot opgenomen en gekerstend. Ze deed dat eerst met de Grieksch-Romeinsche wereld met haar hoogstaande cultuur, maar daarna, toen de wilde barbarenhorden als een zondvloed Europa overstroomden, heeft ze, — dat is haar onvergankelijke eere, — deze Germaansche volksstammen met het Christendom ook de schatten der cultuur geschonken en Europa van den ondergang in het barbarisme bewaard. Als deze missie-arbeid der Germaansche volkeren is afgeloopen, staat de Christelijke Kerk op het hoogtepunt van haar glorie en macht. Zij is nu de geestelijke leidsvrouw der volkeren ; koningen en keizers buigen voor haar het hoofd; kunst en wetenschap dienen in haar tempel; ze omspant heel het sociale leven; ze leidt den enkele van de wieg tot het graf. Eucken heeft volkomen gelijk, wanneer hij zegt, dat geen onbevangene het karakter van grootschheid aan deze Middeleeuwsche Kerk ontzeggen zal. ') Zij is de machtigste conceptie, die ooit uit den menschelijken geest is voortgekomen.

Maar hoe schitterend de luister dezer kerk ook moge wezen, en hoe groot haar macht, haar innerlijk geestelijk leven hield daarmede geen gelijken tred. Zij had de wereld overwonnen maar die wereld, in de Kerk opgenomen, wreekte zich en tastte al dieper haar levensbeginsel aan. Van de heiligheid, die het sieraad is van Gods huis, was bij haar pausen en prelaten al zeer weinig te bespeuren, veeleer nam weeldelust en zedeloosheid de overhand. Haar eeredienst, in plaats van een dienen van den eenig waarachtigen God te wezen in geest en waarheid, werd met heidensche elementen vermengd, verzinnelijkte in uitwendige ceremoniën en vormen, en liep gevaar door heiligenvereering en sacramentsaanbidding in creatuurvergoding te ontaardfcn. Haar Theologie tintelde niet meer van de heilige bezieling, die eens de Kerkvaders tot onderzoek der waarheid dreef, maar verliep in dor intellectualisme en spitsvondige haarkloverijen. Het priesterschap der geloovigen en de heerlijke vrijheid, waartoe Gods kinderen geroe-

') Eucken t. a. p. S. 258.

Sluiten