Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander zevental: Zeven fiolen vol van den toorn Gods. En eerst dan komt de eindontwikkeling. Wat een orde, wat een proces, wat een volheid: 3X7. Een goddelijke volheid.

Dit onderwijst ons vooreerst dat, al kan het op aarde alles zoo verward, zoo donker lijken, achter die verwarring een goddelijk raadsplan ligt,' vol van orde; hoe zonderling de draden van 't godsbestuur ook voor ons aanschouwen schijnen dooreen te loopen, van Gods zijde is alles regelmaat; het berust alles op plan, er is systeem in.

Deze gedachte geeft rust voor het denken en voor het hart. Rust, te midden van de ontroerde hoogverbolgen baren. Niemand verwachte een directe massale bekeering; o neen, de tijden met al hun inhoud, worsteling en afval moeten vol worden; niemand verwachte omgekeerd een faillissement van het christendom; het christendom van „meneer of mejuffrouw die of die" is misschien niet bestand geweest tegen de hevige donderslagen die daar thans beginnen te rollen; maar het christendom, dat gebouwd is op het vleeschgeworden Woord, en dat leeft uit Gods openbaring, en dat zijn kracht put uit den H. Geest, dat zal staande blijven, en rusten in God, den God van 't heelal, die bezig is Zijn raad te volvoeren, vol van heilige planmatigheid. Doorgronden, begrijpen, dat kan ik het alles niet; maar het zien van dat plan: 3X7, dat doet me aanbidden: het moet toch in orde zijn. Ja meer, het leert Gods kind verstaan, dat we nog niet aan de eindontwikkeling zijn toegekomen; ook nu zien en hooren we het: „en nog is het einde niet." De spiraallijn is daartoe in dat 3 X 7 te duidelijk geteekend. Evenals een steen, in het water geworpen, al breeder kring beschrijft op het watervlak, tot de laatste dier kringen breekt aan de kust, zoo zullen in al breeder regelmaat-kringen de oordeelen Gods op aarde komen; bij elk nieuw „vlak" in de wereldgeschiedenis, een nieuw, ontzettender tooneel van botsing tusschen hemel en aarde, het groote proces-conflict; — tot eindelijk de laatste „kring" breekt aan de kust der eeuwigheid.

Het ééne wee is weggegaan, ziet, er komen nog twee weeën na dezen, eer in den barensnood der wereld... het leven triumfeert.

Het gansche schepsel, ja. Evenals bij het naderend onweder het beest in het veld onrustig wordt, instinctief gevoelend, dat onheil dreigt, — zoo is het

Sluiten