Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitsche Reichs-archivrath te Charlofctenburg, in zijn boek „Die geistigen Grundlagen der Freimaurerei und das öffentliche Leben", waarin hij onder meer ook de wording der Orde van vrijmetselaren schetste, vrijmetselarij en humaniteit beschouwd als begrippen van eenerlei grondbeteekenis en het „voor den historischen samenhang kenteekenend" genoemd, „dat dit woord (humaniteit) dat voor andere genootschappen de naam is geweest, waaronder zij zich vereenigd hebben, nu ook door het „genootschap der metselaren" gebezigd werd, wanneer het den inhoud en het doel van zijn bond, samenvattend, wilde aanduiden en den vragers een antwoord geven wilde".

„De broederschap der humaniteit en hare ideeën zijn, schreef hij, overoud en het genootschap dat zich reeds in het jaar 1717 in officieelen stijl bestempelde met den naam „overoude en eerwaarde broederschap der vrijmetselaren" (most ancient and right worshipful Fraternity) heeft alle rechten en alle plichten van een hoogen ouderdom formeel tot de zijne gemaakt".

Vrijmetselarij en humaniteit dus in wezen begrippen van één beteekenis. De bijzondere naam door ons aan de humaniteit gegeven, wordt gerechtvaardigd door de bijzondere verwerkelijking die deze geestesrichting in de Orde en bij hare leden gevonden heeft, de bijzondere wijze waarop de humanitaire geestesrichting zich bij ons openbaart.

II

GRONDSLAGEN DER VRIJMETSELARIJ

'Wie met den inhoud der humaniteitsidee, zooals deze zich in het leven der menschheid de eeuwen door heeft geopenbaard, vertrouwd is, weet op welke grondslagen de idee der vrijmetselarij berust en welke gedachten door den vrijmetselaar zonder aarzelen als richtsnoer voor zijn leven worden aanvaard.

Sluiten