Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kreon, van zins de bruid van zijn eigen zoon te dooden, sluiten iedere gedachte aan wreedheid of rauwheid buiten; dat juist in deze omgeving die voor ons zoo moeilijk te waardeeren en te peilen uitdrukking gebezigd wordt, brengt ons tot vlak vóór de oplossing van het vraagstuk, dat mij bezig houdt.

Ook hier vinden wij voor den antieken mensch — niet uitsluitend in de landen der klassieke oudheid — een eigenaardig complex van voorstellingen, dat zijn sterkste uitdrukking vindt in de eenheid van huwelijk ~ geboorte, gezien van uit de ouders, van geboorte ~ huwelijk ~ dood, gezien van uit den reeds levenden mensch zelf. In al deze knoopen van den levensdraad zijn hemel en goden de comparativi van den mensch. Zóó dichtbij ligt de „vergelijking en gelijkstelling" van het leven der menschen en het leven der goden, dat men elders doch ook in de klassieke mythologie telkens de sporen vindt van god of godin zich vereenigend met vrouw of man. Het O. T. vat dat kernachtig samen') in de bekende woorden: „In dien tijd waren er reuzen op aarde < en ook nog later >, toen de godenzonen zich met de dochters der menschen vermengden en dezen hun kinderen schonken".

Zelfs het machtige Genesisverhaal2) moraliseert reeds. Ik kan mij niet weerhouden telkens te denken, dat er een nog oudere gevoelswereld onder al deze en dergelijke verhalen ligt. De hoofdpunten, die deze geestelijke structuur aangeven, zijn m.i. kort samengevat de volgende.

Het „wonder" van conceptie en geboorte heeft telkens en onuitroeibaar geleid en teruggeleid naar de gedachte, dat een „wonder-macht", d.w.z. niet de menschelijke macht, doch de godheid het kind schept en schenkt: het „van God ontvangen kind" is meer dan een geestelijk fossiel. 3) Het spreekt

') Gen. 6, 4.

2) Zie F. M. Th. Böhl in Tekst en Uitleg ad loc.

3) Ook hier verlevendigt de Stoa, zooals zoovaak, oud volksgeloof: an dubium est, habitare deum sub pectore nostro in caelumque redire

Sluiten