Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Semitische data en door Kristensen1) in zijn studie over den Delphischen Drievoet opnieuw in hun oudere beteekenis beschreven. Als een reeds bewust in kosmische verhoudingen gezien gegeven, kan dan de „navel der aarde" het stuk land beteekend hebben, dat het eerst als ó/MfaXóq &a).aötJric, uit het scheppingswater te voorschijn kwam, de oerheuvel, waar de toestand van dood in leven overging.

Het lijdt echter m.i. geen twijfel, of dit is reeds kosmisch en dus niet de alleroudste voorstelling, d.w.z. verklaring en ontginning van het gegeven, dat in dood en leven als grootste vraagstuk ligt opgesloten. Reeds de primitieve mensch zal al deze data hebben gegroepeerd om de gebeurtenissen bij de geboorte van het kind bekend: hier vindt men het scheppingswater (vruchtwater), waaruit het jonge leven als een heuvel in vasten vorm oprijst; hier ook inderdaad — ondanks het vergeefsche protest van Roscher — de navel als meest geheimzinnige centrale, immers verbinding met en levenstoevoer door het moederwezen. Het lijdt volgens mij geen twijfel of de magistrale studie door Meringer2) gewijd aan de woord-familie van óu<picXóq, treft de zaak in het hart; want diezelfde Wortel e-ne{£)b(h) geeft in zijn rijken vorm- en beteekenisvertakkingen opnieuw een makro-kosmische mikrokosmische structuur, die eerst in het boven aangeduide verband begrijpelijk wordt. Beteekenissen als: „navel", doch ook „wolk", „nevel", „regen" (zie boven p. 15 vlg.) staan hier als getuigen: alle zijn zij kinderen van dezelfde familie! Het betreft woorden als ó/i<paXóq, umbilïcus en umbo, (en nebula)

nübës, öfifiQos en imber. M.a.w. de naam ófi<pa}.ó$ beteekent „vochttoevoerder", in de allereerste plaats voor het jonge menschelijke lichaam; en de semasiologisch-godsdiensthistorische gang van zaken is ook hier deze geweest, dat de menschelijke geboorte weliswaar als een kosmische geboorte

') W. Br. Kristensen, Med. Kon. Ak. 60 B N". 2 (1921). *) Wörter und Sachen V, 49—82.

Sluiten