Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het. volk van God moest aanschouwen, ellendig voor het vaderlandlievend hart, hetwelk het volk van Juda ten geopenden afgrond zag snellen, in welken dat der tien stammen reeds verzonken was. Hij profeteerde in de dagen van de koningen josia, joahaz, jojahim, jojachin en zedbkia , toen, na den dood van den eerstgenoemden godvruchtigen vorst, godsdienst en zeden onder Juda in jammerlijk verval geraakten en de ongebondenste afgoderij de overhand nam. Hij ontving geenen anderen last, dan om te dreigen en te waarschuwen, waarvoor hij met haat en beleediging vergolden werd. Meende het volk van Juda tegen den koning van Babel zich te mogen en te moeten verzetten, geen andere opdragt ontving hij, dan om onderwerping aan den overheerscher aan te kondigen als het eenig middel tot behoudenis. Ihj volhardde met onwankelbare trouw in de volvoering van dien last, tot dat Jeruzalem door nebucadnézar was ingenomen. Hij deed al wat in zijn vermogen was, om zijne landgenooten in hunne hollende vaart te stuiten en op den regten weg te brengen, verklaarde hun, dat hunne rampen bezoekingen en kastijdingen van jehova waren, opdat zij van hunne ongebondenheid en afgoderij tot den dienst des Eenigen en Waarachtigen bekeerd mogten worden en hield niet op hen te vermanen, al haatte en beleedigde men hem, al wierp men hem in de gevangenis en stond men hem naar het leven. Gereedelijk kunnen wij hieruit opmaken, welke de doorgaande inhoud was zijner redenen; verwijt van des volks dwaasheid en ondankbaarheid, vermaningen tot boete, nadrukkelijk verbod van allen opstand tegen den Babylonischen heerscher, bedreiging met en eindelijk stellige aankondiging van nabijzijnden ondergang.

Een afzonderlijk gedeelte van die Profetische redevoeringen vangt aan met het Vilde Hoofdstuk en loopt tot

10

Sluiten