Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier keunis niet anders is dan eene wetenschap, lijdelijk en koud, terwijl noch pligtgevoel noch behoefte eenig aandeel in hunne overtuiging hebben; die de Christelijke waarheid hebben aangenomen zonder weerzin, maar ook zonder ingenomenheid en belangstelling, daar zij vreemdelingen zijn gebleven in hun eigen gemoed, geen kennis hebben aan de diepte hunner ellende, de grootheid van hun verderf zoowel als het onberekenbare van hunne schuld, en nog nooit behoefte gevoeld hebben aan verzoening met God door regtvaardiging, door schuldvergeving.

Het wezentlijk, het waarachtig, het door God tot zaligheid gevorderd geloof, is het toevlugt nemen der geheele ziel tot Christus , als van den drenkeling, die de hand aangrijpt van den Eedder en kan dus alleen plaats grijpen bij dien, die in het diepst zijns harte, met het innerlijkst smartgevoel van zijn verloren toestand, van zijne doemwaardigheid voor God, van zijne volstrekte onbekwaamheid om zichzelven te redden, is overtuigd geworden.

Het is geen daad van het redenerend, besluit trekkend verstand, maar van het ootmoedig, door schuldgevoel verslagen hart, dat gelijk het moede hert schreeuwt naar de koele waterstroomen, gelijk de vervolgde doodslager den bloedwreker in de vrijstad ontvlugt, gelijk de uitgeputte reiziger hongert naar spijs en dorst naar verkwikkend water, zoo vaardig, vurig, hartelijk vliedt naar jeztjs christüs, als den eenigen naam door God onder den hemel gegeven, om geregtvaardigd, verlost, geheiligd, gezaligd te worden. Het is een op grond der Goddelijke getuigenissen aannemen van, zich verlaten op, zich overgeven en toevertrouwen aan jezus Christus, Gods Zoon, als den eenigen, algenoegzamen, volkomen Zaligmaker. Het regte geloof is werkzaam niet alleen omtrent het Evangelie en de daarin gegevene heilbeloften, maar omtrent den persoon van den in het vleesch verschenen, gekruisten, opgewekten, verheerlijkten jezus , als den

Sluiten