Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekering zijn, dat het gebed om kracht tot geloof, zeker zal verhooring vinden. Is toch dit het gebod Gods, dat wij gelooven in den naam zijns Zoons jezus cheistus, het gebod van dien God, die weet hoe onmagtig tot alles goeds wij uit ons zeiven zijn, hoe wij het treurig ongeloof uit ons zeiven niet kunnen te boven komen en niemand iets kan aannemen, zoo het hem uit den hemel niet gegeven is, dan is het ook ten volle zeker, dat hij, die het gebod geeft, ook tot gehoorzaamheid aan dit gebod, elk wien het daarmede waarlijk ernst is, Goddelijke kracht en bijstand wil verleenen. Om deel te hebben aan al de zaligheid uit genade, die door Christus is, moet men in Hem gelooven en dit geloof, waardoor men één met Hem wordt, is geen lijdelijke toestand, maar eene redelijke daad der wil, een daad der wil, die tegelijk een werk van God is, waartoe wij alleen door God kunnen in staat gesteld worden. Niemand kan tot Mij komen, zeide de Heiland, ten zij de Vader, die mij gezonden heeft, hem trekke. Niemand, verklaart een Apostel, kan zeggen jezus den Heer te zijn, dan door den H. Geest. Wij kunnen het geloof ons zeiven niet geven en elkander niet opdringen; met een geloof van eigen maaksel, gaan wij verloren en een geloof, dat wij elkander opdringen, schenkt vrede noch leven aan de ziel. Maar als de H. Geest, nadat Hij eerst overtuigd heeft van de zonde en het hart heeft verslagen met eene sidderende verslagenheid, daarna nog meer licht in het hart doet verrijzen en de vrijmoedigheid inboezemt, om op grond der Goddelijke getuigenis, jezus Christus de Heer als den Schuldverzoener, Levengever en Zaligmaker met een twijfelvrij geloof aan te nemen, dan is er eene verrukking in de ziel, die alle kennis te boven gaat, een leven, een vrede, een blijdschap, die onder geen woorden te brengen is en men kan gezegd worden aan het gebod van God in waarheid te gehoorzamen.

Sluiten