Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerlijk voor den gewonen spreektrant is, het ten eenemale onverklaarbaar zou wezen. Wij zeggen nimmer van eenen leerling, dat hij i n zijnen meester, van eenen knecht dat hij in zijnen heer, van een wijsgeer, dat hij in den stichter eener school is. Zulke gezegden zouden zeer ongerijmd klinken. Maar de betrekking ook van de geloovigen tot christtjs is eene geheel andere, dan die van een leerling tot zijnen meester, van een dienstknecht tot zijnen heer, van een wijsgeer tot zijnen voorganger. De geloovigen zijn zoo innig met christus verbonden, dat zij bij takken van eenen boom, bij ranken van eenen wijnstok vergeleken worden, niet daaraan gebonden of kunstig aan de hoofdstam vastgehecht, maar als een deel, een lid des geheels, dat van zijne wortelen voedsel en sappen verkrijgt en vruchten draagt, niet door eigene levenskracht, maar door eene levenskracht, die het trekt uit den stam en de wortelen, waarmede het in verband staat.

Die innige vereeniging, waardoor men gezegd wordt in christus te zijn, geschiedt van 's menschen zijde door het geloof, alleen door het geloof. Dat geloof is niet een berusten in de waarheid van hetgeen ons omtrent christus en zijn werk voor zondaren wordt verzekerd, niet eene oppervlakkige aandoenlijkheid, die ons daarin de liefde Gods en de zelfopoffering des Heilands voor zondaren doet erkennen; het geloof is eene stemming, waarin men den Zaligmaker voor zich zeiven aanneemt tot verlossing en zich aan Hem overgeeft tot heiligmaking. Dat geloof is een geloof der werking Gods, eene vrucht der werking van den H. Geest, die overtuigt van zonde, die den mensch van blind ziende, van doof hoorende, van dood levend maakt, christos in zijne onmisbaarheid, in zijne dierbaarheid, in zijne algenoegzaamheid doet kennen, Hem in zijne gewilligheid om een Heiland van zondaren te wezen aan de ziel openbaart en vrijmoedigheid schenkt om geheel en onvoorwaardelijk ter regtvaar-

7

Sluiten