Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heiligheid. Tot hem is gezegd: wees heilig, want ik ben heilig. Zijt volmaakt, gelijk uw Vader in de hemelen volmaakt is. Verheerlijk God in uw ligchaam en in uwen geest. Zijn handel en wandel, zijn uit- en inwendig bestaan, het moet alles ongeveinsd, bestendig overeenkomstig den wil en het welbehagen Gods zijn; van dien God, dien hij als een Vader mag aanroepen, van dien God, wiens beeld hij geroepen is te dragen als een kind, dat op zijn vader gelijkt. De krachtigste drangredenen zijn daar om hem dien eisch met heiligen ernst op het hart te drukken. Hoe groot is de genade, welke hem boven velen bewezen is! Anderen zijn nog in de duisternis door de zonde; hij mag zich rekenen onder degenen, van welke een Apostel zegt, dat zij zijn licht in den Heere. Anderen gaan nog gebogen onder het vonnis der veroordeeling; hij heeft bij het kruis des Heeren eenen vrede gevonden, die alle kennis te boven gaat, een kwijtbrief van tien duizend talenten schuld, waar hij geen enkele penning had om te betalen. Anderen zijn nog geheel in den onherboren staat, vleesch uit vleesch, doende den wil des vleesches en der gedachten; hij is den Geest des levens deelachtig, die in ciiristcs jezus is en kent reeds iets van die vrijheid , waarmede de Zoon in waarheid vrijmaakt. Anderen moeten nog huiveren bij de enkele gedachte aan het sterven, daar hunne blikken stuiten op een zwart en akelig verschiet; hij, in den Zoon reeds hebbende het ware, het eeuwige leven, mag zich verheugen in het uitzigt op de eeuwige heerlijkheid, welke hem uit genade reeds terstond na den dood en eenmaal in al hare volheid en volkomenheid in den dag van 's Heeren toekomst zal toegewezen worden. Ik kan niet alles noemen, M. H.! hetwelk den Christen tot heiligheid dringen moet, wat hier de stof zijner dankzegging en namaals die zijner eeuwige aanbidding zal uitmaken.

Sluiten