Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij geloofde in zijne magt en zijne ontferming en dit was genoeg. „Jezus, schrijft marcus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, raakte hem aan en zeide tot hem: ik wil, word gereinigd." En op dit woord van s'Heeren almagt stroomde genezing op den melaatsche neder. De melaatschheid ging terstond van hem en hij werd gereinigd. Ziet, de witte vlekken verdwenen van zijn aangezigt en werden door den blos der gezondheid vervangen, de bevende en wegstervende ledematen werden eensklaps met nieuwe kracht aangedaan en bezield met een nieuw leven. Hij, die op zijn aangezigt in het stof lag neergebogen, stond op en o wonder, >een nieuw leven was uitgestort in zijne aderen, hij herkende zich zelve niet meer. Waar waren nu die pijnlijke zweeren? Yerdwenen, als hadden zij nimmer bestaan. Waar was die matheid, die onrust, die koortsgloed? Ruim en vrij haalde hij adem, als ware hij op nieuw geboren. Waar bleef nu dat lange tijdperk van lijden, vreezen en klagen? Achter hem lag het als een benaauwde droom, waar hij tot schooner morgen ontwaakte. Voorwaar, het zou ons niet verwonderen, indien wij ook hier, gelijk elders, van hen, die van dit wonder getuigen waren, lazen, dat zij in verrukking en geestvervoering hadden uitgeroepen: een groot Profeet is onder ons opgestaan en God heeft zijn volk bezocht en zeker is het, dat wij, bij het vernemen van zulk een daad van Goddelijk alvermogen door den Heiland gewrocht, ten zijnen aanzien belijden moeten: Ja, waarlijk de Heer, onze Heer is God, is een God die wonderen doet en bij Hem, den even almagtigen als ontfermenden en barmhartigen, zijn uitkomsten ook tegen den dood.

En was het alleen in de dagen zijner omwandeling op aarde, dat de Heiland het ootmoedig geloof wist te kroonen met zulk eene redding? Maar ik kan mij gerust, ten bewijze van het tegendeel, beroepen op zoovele geestelijk blinden ook in ons midden, die Hij ziende

Sluiten