Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Boek des levens des Lams geschreven staan, dit nogtans voor zich zeiven niet gelooven kunnen. Wie zal zeggen, hoe groot eene schare nu voor den troon van God in de erve der heiligen in het licht aanbidt, die hier beneden altijd in het donkere gewandeld hebben?

Om deze oorzaak kunnen wij dus zeggen, dat de bewustheid van den H. Geest te hebben ontvangen, de verzekerdheid van in den staat der genade te zijn, niet tot behoudenis volstrekt noodzakelijk is. Maar is zij niet noodig tot onze veiligheid, zij is noodzakelijk tot onze vertroosting en zaligheid, noodzakelijk om onder allen strijd, tegenstand, bezwaren en moeijelijkheden goeds moeds te zijn, om onvermoeid en vrolijk op evangelische wijze ons het pad van Gods geboden te doen bewandelen. Laten de groote voorregten der geloovigen in dit, laten hunne heerlijke verwachtingen voor het volgend leven met de treffendste bewoordingen geschetst en voorgesteld worden, de mensch alleen die weet, dat hij den H. Geest heeft ontvangen, dat hij in jeztjs den Heer geloovig en der vernieuwde natuur deelachtig is, heeft daarvan de regte troost, terwijl hij, die tot deze bewustheid niet gekomen is, altijd twijfelmoedig zal zijn en zeggen: kon ik maar gelooven, dat dit op mij toepasselijk is, kon ik maar aannemen, dat ik deze voorregten en verwachtingen mag aanmerken als mijne voorregten en mijne verwachtingen. Hij wandelt dus in vreeze voort, terwijl hij in Gods genade zich verblijden konde. Hij blijft, ook in weerwil van hetgeen hem is geschonken, altijd neergedrukte Omdat hij twijfelt of hij behoort onder de door den H. Geest geheiligden, brengt hij ook God den dank niet toe voor de genade, die hem is geschied; zijne wederliefde mist den krachtigsten prikkel tot het voortzetten der heiligmaking; wat hij doet, doet hij al zuchtende en, omdat zijne hoop niet levend is, mist hij dat blijmoedig opzien naar omhoog, dat roemen in de hope

Sluiten