Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En vraagt gij, hoe dat woord bevestigd, waar die doop bediend wordt? liet antwoord luidt: in het verborgene, in de plaatse des gebeds en der worsteling met den Heere. "Van zulk een doopelingmoet gezegd kunnen worden, wat de verheerlijkte Heer eens van satjlus van Tarsen getuigde: //Zie, hij bidt." Dan zendt Hij, de magtige Ontfermer, een bode der vertroosting, opdat die biddende ziende gemaakt en met den H. Geest vervuld worde en de begenadigde staat op, wordt gesterkt met kracht en vervuld met eenen vrede, welke de wereld, die den Geest niet kan ontvangen, niet kent, niet geven kan, maar ook niet kan wegnemen.

Daarom, zoo gij verlangt met dien doop gedoopt te worden, zoo de begeerte naar die stroomen des levenden waters in u is gewekt, ik bidde u, laat die opkomende begeerte niet onderdrukt, maar aangekweekt worden. Wacht u voor alles wat haar zou kunnen verdooven. Laten de middelen der genade door u gebruikt, laat het aangezigt des Heeren door u gezocht worden, het aangezigt van Hem, die zoo minzaam, zoo dringend, zoo vrijgunstig noodigt en u toeroept: //Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke; wie dorst heeft, kome en wie wil neme het water des levens om niet.5' Zoo waarachtig als de Heer leeft, bijaldien dat gebed opregt is en gepaard gaat met het gebruik der door Hem verordende genademiddelen, dat gibed zal verhooring vinden, ook gij zult in genade aangenomen worden en biddend, geloovig aan den Heiland u toevertrouwende, zult ook gij de gaven des H. Geestes ontvangen. Gij zult, o verrukkend denkbeeld, zelf een tempel worden van den H. Geest en bij ervaring het woord der belofte des Heeren verstaan: die in Mij gelooft, stroomen des levenden waters zullen uit zijn binnenste vloeijen.

Is t niet zoo, Gel. ? Kunt ook gij dat niet getuigen, discipelen en discipelinnen des Heeren, die door Hem

Sluiten