Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeg, ja noch neen; heeft men op mij iels te zeggen, dat men met 'l getuigen bewijze." — Toen sprak burgemeester Hof: „Maar vrouwtje, daar is zulk een goddelijke synode geweest, zoo vele geleerde mannen, en nu wil een hoop slechthoofden dier werk te niete doen."— Zij daartegen: „Wij zoeken alleen onze godsdienst te oefenen." — ,,'t Is niet dan zamenrotting en zamenspanning, zei Hof, gij zoekt ons uit de regering te dringen." •— Daar weet ik niet van ; ik bemoei mij alleen met mijn godsdienst.11 — Gij moet ons zeggen, viel Sloet weèr in, in wat vergaderingen gij zijt geweest, en wie daar meer waren: waarop zij kordaat antwoordde : „mij zelve behoef ik niet te bezwaren, en mijne naasten mag ik niet verklikken, dat verbiedt God." — Burgemeester Breda nam daarop 't woord, zeggende, „dat staat niet in de schriftuur."— Maar zij: ,,Dat staal er al; daar slaat, dat ik mijne naasten zoo lief moet hebben als mij zelve." Tot driemaal herhaalde toen Breda,, „gij zult het zeggen, en zij driemaal, „ik wil H niel zeggen." Toen liet men haar weèr uit, om zich nader te bedenken ; terwijl zij Sloet op een paar barsche woorden, die hij haar naschreeuwde, nog een krachtig weerwoord toeduwde.

Eene maand later (16 April) was Franko Geurtsz in zoover hersteld, dat hij zijne ossen naging, want hij was ook vetweider. Terstond werd hij op H stadhuis ontboden. De eerste vraag was al weder naar dien brief van Scholier; ook verweet men hem, dal bij een der hoofden van de Arminianen was. „Gij zult ons zeggen wie met u zijn , en bekennen, wie al in de vergaderingen tegenwoordig waren." Hij hervatte koeltjes, van zulke dingen niet te weten.—• „Wilt gij 't niel zeggen, men zal 't u doen zeggen, en u op de Hagenpoort zetten."— Zoo gezegd zoo gedaan. Op zijn antwoord: „ik zal 't moeten lijden, maar gij behoort met uwe burgers zoo niet te handelen," kreeg een dienaar

Sluiten