Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GKM1S»V§ AttSENIUS.

1620.

Zien wij nu wat er met Arsenius te Kampen voorviel. Zoo ras had niet Grevius erkend, dat hij door denzelven geherbergd was geworden, of hunne Hoogmogenden lieten zulks den magistraat overbrieven, met last om deswege nader onderzoek te doen. Arsenius werd ten raadhuize ontboden, en bijzonder op dat punt door L)r Feith van Elburg, gemagtigde van H. M. scherpelijk ondervaagd: doch beducht, door eene rondborstige verklaring, niet slechts zich zeiven, maar ook zijne vrienden te zullen bezwaren, weigerde hij te antwoorden, begeerende dat men bewijs tegen hem zoude aanvoeren van 't geen hij misdaan had. Hierop werd hij onder bewaring van drie stads-dienaren gesteld, en des anderen daags onder gewapend geleide, op de Hagenpoort gebragt, waar men hem door twee schildwachten zoo naauw liet bewaken, dat noch zijne vrouw noch iemand zijner bloedvrienden tot hein werd toegelaten; slechts eens was het hem vergund, in tegenwoordigheid van twee burgemeesters en een Secretaris, zijnen vader te spreken. Deze bood voor zijne loslating een borgtogt aan van twee duizend gulden en eens mans lijf; eene zekerheid onder welke de grootste boosdoeners in die dagen op vrije voelen werden gesteld; doch hier werd het op een barschen toon door een der nieuwe burgemeesters (Lubb. van Hardenberg?) afgeslagen. Na drie weken hechtenis zond de regering den gevangene, onder bedekking van krijgsknechten, naar den Haag, om daar een nieuw verhoor te ondergaan. Op 't vernemen van hetgeen Grevius ten zijnen

Sluiten