Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooreenliggen, ons leven en kan ons gelooven en denken als Vrijzinnige Protestanten niet omgaan buiten de samenleving. Wij gevoelen ons gericht door den geest van het Evangelie en weten, dat in de kern daarvan gelegen is de groote Christelijke gemeenschapsgedachte, uitgesproken in het gebod, dat wij God zullen liefhebben boven alles en den naaste als ons zeiven. Wanneer wij leven naar den geest van het Evangelie hebben wij te leven als gemeenschapsmenschen — en ons niet af te wenden van de samenleving.

In zijn beroemd boek over het leven van Franciscus van Assisië schetst Paul Sabatier de samenleving van het eind der 1 2e en het begin der 1 3e eeuw, een samenleving zóó fel van tegenstellingen, zóó heftig van strijd, zoo toomeloos van hartstocht en zóó verscheurd door nood en ellende, dat het niet te verwonderen was dat onder de kloosterlingen er velen waren die niet de kloostergelofte hadden afgelegd om een heilige roeping te volgen. Velen dier kloosterlingen waren ,,des deserteurs des combats de la vie — de zwakkeren, die uit den strijd van het verwarde en onzekere leven uitgeweken waren naar de stille en veilige sfeer van het klooster. Anders is onze moderne westersche samenleving, minder fel bewogen, uiterlijk kleurloozer en effener, doch innerlijk oneindig meer verwikkeld. Niet minder dan in die Middeleeuwsche maatschappij bestaat in haar de verleiding, om terug te wijken uit het gemeenschapsleven, om te worden „déserteurs des combats de la vie , uit zwakheid, uit moeheid, uit wrok. Maar niets is minder in den geest van het Evangelie dan dit terugwijken.

Om de gestalte van de hedendaagsche westersche samenleving scherp te zien heeft men haar te plaatsen tegen den achtergrond der negentiende eeuw. De samenleving van thans wordt in veel opzichten beheerscht door hetgeen de negentiende eeuw bracht. Zij bracht, met de moderne techniek, onbegrensde productie- en afzetmogelijkheden, veranderde arbeidsverhoudingen en klasse-tegenstellingen. Zij verlegde het zwaartepunt van het maatschappelijk leven naar de sfeer van het oeconomische, van het voortbrengen en verhandelen van waren. Met de leer, dat de prikkel van het eigenbelang niet dient te worden belemmerd, effende zij het pad voor het meest roekelooze winstbejag. De verhouding van den mensch tot de dingen, die hem omringen, werd ontgeestelijkt en verzakelijkt. In deze sfeer van mechaniseering en v®1" zakelijking leven wij nu nog. Bij alle erkenning van de waarde der techniek ook voor het geestelijk leven valt niet te ontkomen aan het besef, dat onder den druk van hetgeen in de laatste eeuw van de samenleving is geworden, deze samenleving in gemeenschapsgehalte onnoemelijk veel te kort komt.

Laat mij hierop nog iets nader ingaan.

In vroeger tijden, vóórdat de mogelijkheid bestond, gebruiksvoorwerpen in massa te produceeren, was de verhouding van den mensch tot de goederen die hij bezat, die hij geregeld gebruikte, die tot zijn levenssfeer behoorden, anders dan thans. In die verhouding kwam een element op den voorgrond, dat nü in de meeste gevallen geheel verdwenen is. In deze houding van den mensch ten opzichte van die goederen speelden piëteit en gehechtheid, speelde liefde een groote rol, een zeer en zeer veel grooter rol dan thans. De zaak, het bezit, was ^ zooals Tillich dit in zijn boekje „Die religiöse Lage der Gegenwart

Sluiten