Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tibet binnen, waar de koniug hem met zijne hertogen l) kwam begroeten met deze woorden: »ik heb gehoord van uwe rechtvaardigheid en trouw, alsmede hoe gij overwint al wie u weerstaat; daaruit begrijp ik dat uw gansche zaak uit God is en wensch mijne hand in de uwe te leggen en u noch te bèstr^jden noch iets te weigeren van hetgeen gij verlangt, daar toch hij die u bestrijdt en u weerstreeft God zelf weerstreeft, en hij die zich tegen God verzet wordt overwonnen. Derhalve zijn ik en mijn volk en het koninkrijk dat in mijn hand is aan u; beveel dus omtrent dat alles wat gij wilt". Alexander antwoordde hem vriendelijk: »hij die het recht van God erkent, diens recht moeten wij erkennen, en ik hoop dat gij bij ons van rechtvaardigheid en trouw zult vinden wat u tevreden zal stellen". Daarop vroeg hij (Alexander) hem den weg te wijzen naar de Turken der vlakten, omdat de Turken der steden zich reeds aan hem onderworpen hadden. Hij ging hem dus voor en bood Alexander geschenken aan. Deze weigerde eerst, maar gaf eindelek aan zijn aandringen gehoor. Hij bracht hem nu 4000 ezelslasten goud en evenzooveel muskus. Alexander gaf het tiende deel van den muskus aan Roxane zijne vrouw, de dochter van Darius den koning der Perzen, en verdeelde het overige onder zijne mannen; het goud plaatste hij in zijn schatkist. Hij beval nu den koning van Tibet hem met zijne legers voor te gaan naar China en zijn zoon als plaatsvervanger aan te stellen. Deze droeg dus de zorg van zijn land op aan zijn zoon Madabik 2), wien Alexander een zijner bevelhebbers met 10.000 man toevoegde, en ging Alexander vooruit naar China. Deze volgde zelf met het gros des legers. De vorst van China kwam hem te gemuet met tien legers elk van 100.000 man en zond aan Alexander, dat hij van zijne trouw en edelmoedigheid gehoord had en dus geen lust gevoelde hem te beoorlogen, dat hij echter als Alexander den oorlog wilde, zich daartoe krachtig gevoelde.

Sluiten