Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt ). Daar men niet slechts yü, inaar ook yü-schi, d. i jaspissteen zegt, onderstelde ik dat voor Nüschadjan Yüschadjan.te lezen was en dat dit afgeleid was van Yü-schi evenals Yu-tien van yü. Mijn ambtgenoot Prof. Schlegel heeft echter medegedeeld dat de afleiding van Yü-tiën boven medegedeeld stellig valsch is, daar niet alleen het teeken voor ^ geheel verschilt van dat der eerste lettergreep van Yu-tien, maar dat ook nog in de <Jde eeuw het woord ^

jaspis yok dat voor steen schik of sik uitgesproken werd

zoodat de Jaspispoort ten tijde van Sallam's reis nog yohmönn

heette Daarentegen is Yü tien, waarvan een oudere uit-

spraak Yo-dm of Ngo-din, eene latere Ho-tiën d. i. Chotan

w, stellig de zuiver phonetische transscriptie van een inlandsciien naam.

Wij kunnen dus uit den naam Yü-tiën voor de ware

itiÏ M ^ ■ d6n naam ^ ^ Arabische Schn>rs ^ets eiden. Maar in veel oudere Chineesche berichten wordt

et jaspisland Yü-schi genoemd (Schlegel, Uranographie Chinoise, p 987). Ook deze naam heeft met het woord yü niets te maken. Maar 't is niet onmogelijk, dat wij hierin den ouden naam hebben, waaruit Yüschadjdn en misschien ook 1 ** n .van Ptolemaeus ontstaan is. In elk geval steunt noch de lezing Nüschadjan, noch die van Barsadjan op voloeu e autoiiteit, en is er, wat de handschriften betreft geen bezwaar Yüschadjdn of Yüsadjdn uit te spreken. Ziehier de verschillende lezingen:

Het pas gevonden oude handschrift van Ibn Khordadbeh heeft driemaal eens ujUuiy. 't HS. van Oxford

heeft bUwy, en Bij Ibn al-

Fakih (p. 328 1. 7) heb ik uitgegeven, daar Jaküt

200 Ult dezen schrijver heeft overgenomen. De HSS. hebben en Het Constantin. HS. van Ko¬

dama heeft de lezingen en ifl

zijn Igrk0oterSCÏlegeI.' ChiH0Üe' P' 787' T^chi noemt in

den jTspk edelgesteenten Cap. 22 Kaschghar als Let land van

Sluiten