Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij volgt ze, en gaat, ofschoon hij zijn 93'irjljn een weinig vertraagt, om hen niet al te zeer op de hielen te volgen en voor een //verspieder" te worden aangezien, achter hen één der kleinste en nauwste steegjens in.

Ze staan stil vóór een onaanzienlijk huisjen, waar de oude moeder schijnt te verblijven, en haar reisgezelschap, terwijl ze den ring van de bovendeur reeds in de hand heeft, vriendelijk zegt: //Nu, tot van avond, zoo de Heer wil!"

Hit laatste geeft den schuchtere, die met opzet doet als een, die niet vinden kan wat hij zoekt en een wijle stilstaat, op ééns moed , om haar te vragen : //Moederken , ik was dezen morgen onder hetzelfde gehoor, als waaronder ook gij waart, naar ik meen, en hoor u daar zeggen: // Tot van avond! Is er dan van avond nog iets te hooren van wat we dezen morgen hooren mochten ."

//Wel zeker (andwoordde ze), als ge daaraan behoefte hebt , kunt ge u — want ik bespeur, dat ge een vreemdeling zijt, hier vervoegen : want eiken Zondagavond tegen vijf ure, komen gewoonlijk eenige menschen in mijn huis bijeen , die, na gebed en gezang , met elkaar spreken over de dingen van Gods koninkrijk."

//Moeder! (was al dadelijk zijn éérste woord, terwijl zijn gelaat begon te glinsteren en een traan van blijdschap in zijn oog sprong) , moeder! zou ik er één van mogen zijn?"

Zij voelde iets van wat hij voelde, en zei daarom onmiddellijk : //Ongetwijfeld, mijn jongen! Maar — weet ge in dien tusschentijd nu wel waarheen ? . . . . Niet ? . .

Sluiten