Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o, Een zeer bittere beker is op dien bitteren dag door ons uitgedronken, maar niemand heeft ons bitterder druppel daarin gemengd dan Ds. Krayenbelt, toen hij dien jeugdigen ambtgenoot met den hamer wapende.

En nu, we zwijgen.... Ook die beker is gedronken, en God vergeve zoo grievende ergernis, als hiermee aan de broederen wierd gegeven, aan den ouden, maar daarom niet onschuldigen, man.

Westhoff presideert dan.

IJlings komt de ^4»es?ertquaestie voor. o, Die /l/^stoiquaestie, dat is de gevaarlijke lont, die bijna al het kruit had aangestoken. Dat de wigge, die bijna heel den kerkelijken muur in tweeën had doen splijten. Die Attesten waar de Naam des Heeren aan hing en de heilighouding van zijn Sacrament!

Die Attestenquaestie was voor deze Classicale heeren een ware nachtmerrie waaronder zegeleden hadden. De doorn in hun ordelievend oog. De horzel, die hen nu deze zes weken gejaagd had.

En daarom, nauwelijks zijn de brieven van schorsing aan hun adres aangekomen, of het eerste wat de heeren doen, is, die doodsgevaarlijke ^4»es<enquaestie uit de wereld helpen.

Met haaste, zonder debat, zwijgend alsof men een doode uitdroeg, wordt het besluit genomen, om, ingaande tegen Gods Woord (gelijk de heeren Krayenbelt, Deetman, Liitge, Brummelkamp, en wie niet al, oorspronkelijk verklaard hadden), en niet minder ingaande tegen den uitgedrukten wil van drie vierden van den Kerkeraad, de Attesten toch uit te reiken.

Toen geschiedde de zonde!

Va banque!

Daar liggen ze te uwer beschikking, Moderne gemeenteleden.! Treedt toe en neemt ze!

„Want, weet ge, wel zouden wij, leden van het Classicaal Bestuur, het schriklijke zonde voor God vinden, indien ge Modern waart en toch aan het heilig Nachtmaal gingt. Maar! (augur augurern ridet 1), Modern.... neen, dat zult ge wel niet wezen. „ We zullen u maar houden voor goed Orthodox!"

De man die dat schreef, moest eer hij zijn naam er onder zette, toch even zelf om zoo „gedrochtelijke fictie" lachen.

En nu, die lach was aanstekelijk.

Ieder die het las, lachte onwillekeurig ook!

ZES UUR.

Tegen zes uur 's avonds had de heer Ds. Renier, die niet geschorst was, een samenkomst op de Ministeriekamer saamgeroepen.

l) Heidensche priesters, die niet meenden wat ze zeiden, lachten er in het vuistje om.

Sluiten