Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het nemen van deze beslissing had mogen meewerken. Toch was het alleen door Dr. Vos en Ds. Adriani onderteekend. Het schorst op de gis af: want nergens was officieel geconstateerd wie voor het bekende Besluit gestemd hadden. Het schorste om een uitgebrachte slem, wat nooit in een kring van rechtschapen lieden is toegestaan En eindelijk, het schorste voorloopig, wegens een „ergerlijk en geruchtmakend" misdrijf, iets, wat de meest in fa mee rende straf is, die zich denken laat; een straf alleen voor lieden van gansch zedeloos en ergerlijk leven opgenomen in ons kerkelijk Reglement.

4°. Voorts op dienzelfden 4 Januari matigt het zich het recht aan, om hier op te treden „om te doen wat des Kerkeraads is", zonder dat het aan één enkel artikel van éénig reglement, hiertoe het recht kon ontleenen. — Niet aan art. 18 Alg. Regl., noch ook aan art. 1 op de Kerkeraden, daar deze artikelen spreken van gemeenten, „waar men niet tot de samenstelling van een Kerkeraad is kunnen geraken", „die slechts één predikant hebben", en waar „gewillig en geschikt Kerkeraadspersoneel ontbreekt" ; alle vier bedingen, die te Amsterdam niet bestaan. Nog altoos waren hier 50 actieve Kerkeraadsleden; het Classicaal Bestuur telt er slechts 9 ; vrage waarom waren dan 50 man niet in staat hier de Kerk te regeeren, en 9 man wei ? — En ook kon men dit recht niet ontleenen aan art. 27 Regl. v. O. en T., want hierin is uitsluitend van een rechterlijk optreden sprake, bij weigering van het lager College om de zaak te vervolgen. Hoe ook bezien, gaat dus heel dit optreden van een „Classicaal Bestuur, doende wat des Kerkeraads is", ganschelijk om buiten de wet.

5°. Al verder heeft op dienzelfden 4en Januari dit Classicaal Bestuur de toevlucht genomen tot wat de Hervorming noemde „gedrochtelijke fictiën" en „jammerlijke uitvluchten", en tegen beter weten in de leerlingen van de heeren Berlage, Ternooy Apèl en Laurillard in rechten gehouden voor goedgeloovige, orthodoxe jongelieden, en hun als zoodanig de Attesten uitgereikt.

6°. Op dienzelfden dag heeft, het Classicaal Bestuur zich vermeten, nu definitief, het Besluit in zake het Beheersreglement van 14 December 1885 te vernietigen.

7°. Den dag daarna is het Classicaal Bestuur, even onbevoegd, ingebroken in de Diaconie; heeft zich met schending van het eigen artikel waarop het zich beroept, handelingen op diaconaal gebied aangematigd; en heeft zich zóó ver vergeten van zelfs met een ijzeren bout een brandkast te doen openloopen, waarvan de sleutels bij geschorste diakenen berustten.

Sluiten