Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen niet opslaan naar den Hemel , maar slaat op zijne borst en zegt: „o God! wees mij zondaar genadig!" moogt gij zulk een tollenaar worden, lieve dochter!" Daar greep God mij in het hart, want die woorden zonken in mijn hart zoodanig alsof ze tot mij gespoken werden. Ik riep oogenblikkelijk uit: „o Ood, zulk een farizeër ben ik !" maar „o, mocht ik ook zulk een tollenaar worden!" Hierop kwam mijn aanstaande vrouw de deur uit met tranen in de oogen en den doek in de hand.

Toen zij mij zag, verbergde zij hare droefheid.

Ik vroeg haar: „wat scheelt er aan, Taarom schreit gij zoo ?" Zij antwoordde : „niets." Ik zeide : „dat is niet zoo; menschen, die tot hun jaren gekomen zijn, schreien nooit of er is iets." Maar zij durfde het mij niet zeggen. Ik hernam: „wil ik het u dan eens zeggen ? Gij ziet dat uw weg niet goed is, en dat gij veranderd en bekeerd moet worden, waarom hebt gij mij dat niet gezegd? dien weg, dien gij' nu kiest, wenscli ik op het oogenblik met u te kiezen." Zij antwoordde hierop: „Och, ik kan mij met de gansche wereld niet bemoeien, ik wilde wel dat wij nu van elkander scheidden. Ik zeidde: daar ben ik volkomen mede te vreden," en scheidde met een voornemen des harten om den Heere te zoeken, zoo krachtdadig was ik ontdekt. O, wonder van genade! een jongeling eu eene jonge dochter beiden in de wereld met elkander verkeerende, in ééne week zoo krachtdadig ontdekt en drie jaar daarna gehuwd en zoo te samen voor den Heere gewonnen!

Ik ging dan nu zoo voort als een verslagen

Sluiten