Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch en zag mij eeuwig verloren ik kon

niet vallen voor God! Des zaterdags avonds, toen ik alleen te liuis was, kwam de schoolmeester, bij wien ik liet zingen geleerd had, met zijn broeder. Hij vroeg of wij samen eens een muziekstukje zouden zingen, wijl zijn broeder, die dat niet kende het zoo gaarne eens wilde hooren. Ik dacht, „o zal ik zingen; ik wilde liever schreien. Wij zongen eenige gezangen uit Schutte, maar mijn hart schreide. Toen zij weg waren, viel ik voor de eerste maal voor God neder, en ik kon niets anders bidden dan het tollenaarsgebed: O, God wees mij zondaar genadig! Ik was geheel radeloos. Ik dacht zouden er ook bekeerde menschen zijn, die dat kennen, en nogtans bekeerd zijn! Zoo onkundig was ik, dat ik niet één bekeerd mensch kende. Eindelijk kwam mij een man in de gedachten, met name Jan Douwen, die bij ons op school had gegaan om lezen te leeren, hem had ik wel eens over de bekeering hooren spreken.

Ik ging naar hem toe en zeide hem wat mij scheelde, en dat ik mijn verloren toestand inzag en geen raad meer wist. Hij antwoordde mij dat ik maar veel moest bidden, dat God mij mijn ellendigen toestand maar recht mogt leeren kennen.

Ik ging weg en bad dat gedurig. Den volgenden dag, zijnde zondag ging ik naar de Kerk en hoorde spreken Dominé Duim, een bekeerd man, over het lijden van den Heere Jezus; toen kreeg ik, onder het zingen van Ps. 119 vs. 3 in te zien, dat ik den Geest noodig had om mij te bekeeren, want dat ik tot nu toe in eigen kracht had gewerkt.

Sluiten