Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeide zij: „Moeder, voel mijne pols nu eens, of het spoedig met mij gedaan zal zijn." Mijne vrouw antwoordde: „kind, wilt gij dan zoo gaarne sterven?" „O ja/'hernam zij, „liever sterven dan leven; ik zie niets tegen den dood op; de prikkel is voor mij uit den dood weggenomen." Mijne vrouw vroeg haar of zij nog niet wel wat beteren wilde, en nog wat bij ons blijven.

„Neen, moeder/' zeide zij, „ik kon God hier toch niet volmaakt dienen, en als ik sterf, zal ik Hem volmaakt dienen." Zoo gemoedigd is zij des maandags morgens overlsden en heeft den dood haast niet gevoeld: de prikkel was er uit weg; en het was of zij sliep, zoo zacht ging er de adem uit. Alzoo is zij overgegaan in de heerlijkheid. Nog een zoon hebben wij verloren in het jaar 1835 , die negentien jaren oud was. Hij was klaar overtuigd dat hij bekeerd moest worden; doch men kon niet bemerken dat hij er werk mede had. Drie weken voor zijne dood werd hij krachtig van zijn verloren toestand overtuigd, en kreeg spoedig een levendig inzien in den Heere Jezus als Borg en Middellaar; en nam de toevlucht tot Hem, zoodat hij nacht en dag gedurig hardop riep: „och 11 eere Jezus, red toch mijne ziel! Treed toch voor mij in! Neem mijne schuld toch op TJ!" Alles wat men ter vertroosting tot hem sprak was. vruchteloos. Alle vromen hier stonden even ruim omtrent hem; dan kwam de een, dan de ander, om hem te troosten. Dan zeide hij: „al kunt gij het nu allen voor mij gelooven dan kan mij dit toch niet helpen, ik moet het voor mijzelven kunnen gelooven.

Sluiten