Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het sloeg mij geheel ter neder. Eene andere vrouw zeide mij: „laat u dat niet hinderen, dat gebeurt wel meer dat men weg loopt, vertel ons maar verder hoe gij er onder verkeert." En de Heere gaf mij weder licht in den weg. Toen ik met mijnen zoon vandaar ging, kwam de Heere mij op weg voor met de woorden: „zou ik voor Abraham verbergen wat ik doen zal ?" Die woorden troffen mij zeer; ik werd ingeleid in de nederbuigende goedheid Gods, dat die hooge en verhevene Majesteit zoo laag wilde bukken om met een nietig mensch gemeenschap te hebben, en aan hem zijn raad en wil te willen openbaren. Toen werd ik op nieuw ingeleid in 't geen mij de Heere deed ondervinden. Te huis komende kreeg ik den bijbel en las de kapittels met veel zegen en sterkte voor mijn gemoed , en mocht dagelijks werkzaam zijn met een drieëenig verbonds-God. Eens op een morgen toen ik opstond kwam de Heer mij levendig voor. Ik zeide tot mijne vrouw: „ik geloof wel dat ik van daag onvatbaar ben voor de wereld, zeg maar tegen onze zoons dat zij 't maar zoo goed mogelijk moeten redden; de Heere wil mij van daag gebruiken als een voorbidder voor land en volk. Ik mocht mijne knieën buigen en vond veel toegang tot den troon der genade. Toen ik 's middags om 12 uren nog niet uit de kamer was geweest, en nog niets gedaan had dan bidden en lezen in den bijbel, moest ik even naar buiten. Ik was achter het huis en mijn oog viel op het werk, waarop mij die woorden met kracht voorkwamen : „verricht gij de zaken bij God. Zoo sprak de schoonvader van Mozes tot hem in

Sluiten