Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woestijn. Het was alsof God mij dat toeriep. Ik ging in huis en viel op mijne knieën. Het was alsof ik in eene alleenspraak met God was.

Toen kwamen mij deze woorden voor, die God tot Mozes sprak: „Laat Mij toe dat mijn toorn ontsteke en dat ik dit volk verdelge." Daarop riep ik uit: „o God, Gij hadt Mozes met het volk rechtvaardig kunnen verdelgen, maar Gij hadt zelf dat gebed Mozes in 't hart gegeven. Nu lig ik hier als eene andere Mozes en nu kunt gij Neêrlands volk ook niét verdelgen."

Wat er dien dag tusschen den Heere en mijne ziel is omgegaan, kan ik alles niet beschrijven. Dit zijn zoo eenige werkzaamheden die ik toen heb mogen ondervinden. Mijne vrouw en mijn zoon hebben in dien tijd ook veel ondervonden. Eens zeide mijne vrouw tegen mij : „onze gevangenen zullen spoedig uit Frankrijk wederkomen, dit heeft de Heere mij beloofd." Kort daarop hoorden wij dat zij al inge scheept waren. Toen waren wij wonderlijk gesteld; en toen de schutters terug kwamen, hebben wij wel drie dagen in verwondering en dankzegging doorgebracht, zoodat wij soms met tranen van verwondering voor de glazen stonden als de schutters voorbij trokken.

Ook heb ik bijzondere toestanden mogen ondervinden toen de nieuwe gezangen in onze kerk werden ingevoerd. Bij het invoeren der gezangen waren wij verlegen wat wij moesten doen, of we dezelve zouden mede zingen ja dan neen. Dit gaf mij en mijne vrouw veel werk voor den Heere. Wij leenden een gezangboek en lazen het geheel door. Wij

Sluiten