Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam mij andermaal voor. Met het eind van zijn pen stak hij gedurig harder op den leeuw te Rome. Al de standen van het H. Rijk liepen toe, om te vernemen wat er te doen mocht zijn. Toen begeerde de paus, dat ze den rrfonnik zouden tegenstaan, mij bizonder bericht doende van zijn wrevelig bedrijf. Toen ontwaakte ik ten andere maal, was verwonderd over de vernieuwing des drooms, bad God dat Hij den paus voor alle onheil wilde behoeden.

Ik viel ten derden male in slaap, en de monnik kwam mij ten derden male voor. Wij vermoeiden ons zeer, om zijn pen te breken, maar hoe wij meer tot dien einde arbeidden, hoe zij meer knarste met zoo een getier, dat mij de ooren daarvan wee deden. Ik moest met verdriet daarvan aflaten. En de een ging na den anderen door en wij vreesden, dat de monnik wat meer kon dan brood eten, en dat hij eenige schade zou doen. Echter liet ik hem vragen, (ik toch was dan te Rome, dan te Wittenberg) waar hij zulk een pen had bekomen, en waarom zij zoo sterk was? Zijn antwoord was: „deze veder is van een oude honderdjarige gans". Een oude schoolmeester had ze hem vereerd, en gebeden dat hij die zou gebruiken, zullende goed bevonden worden. De sterkte kwam daar vandaan, dat men haar den geest niet kon benemen, noch de ziel uittrekken, gelijk men andere pennen doet.'

(Hus beteekent in 't Boheemsch een gans. Het was nu even honderd jaar geleden, dat Johannes Hus te Constanz was verbrand om der waarheid wil, en bij zijn verbranding had hij gezegd: „gijlieden, die nu een gans braadt, zult over honderd jaar een zwaan hooren zingen, dien gij wel ongebraden zult moeten laten leven".) Toen' ik nu in mijn droom had voorgenomen met den monnik zelf te spreken, ontwaakte ik ten derden male. Opstaande teekende ik alles aan, meende dat ze iets beduidde, nam voor, die mijn biechtvader te verhalen, doch eerst heb ik die u willen bekend maken".

Dezen droom heeft die vorst naderhand aan Luther

Sluiten