Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opwekking van Lazarus

De dood is een verschrikkelijke vijand. Door de zonde alleen is hij in de wereld gekomen. Jezus behoort niet tot hen, die de verschrikking van den dood wegredeneeren en wegdoezelen. Hij ziet de verwoesting, welke de dood aanricht. De bijbel verhaalt ons hoe Jezus eens staat aan het graf van een geliefd vriend, om wien twee zusters treuren. Hij wordt bewogen door de zinneloosheid van het sterven. Zijn ziel wordt bedroefd. Tranen komen in Zijn oogen en uit Zijn hart rijst een gebed op tot God. Hij bidt en allen hooren het.

Maar Hij behoort ook niet tot hen, die zich voor den dood buigen als voor een onafwendbaar noodlot — zonder eenige hoop. Hij treedt den dood tegen als een vijand en roept met luider stem, zoodat het weerklinkt in het grafgewelf: „Lazarus, kom uit." En op Zijn woord wordt de starheid van den dood overwonnen en keert het leven in den gestorvene weder.

Zeker zou deze scène er gemakkelijk toe leiden, het bijkomstige te veel op den voorgrond te brengen en de gebaren, die schrik en een bevel uitdrukken, te overdrijven. Maar dit verhaal is juist van zeer groot belang. Het spreekt van bovenmenschelijke macht. Het getuigt van den strijd van den Heiland met den laatsten vijand, den dood.

Dit verhaal loopt vooruit op het uiteindelijk gebeuren. Het spreekt als ontwijfelbaar getuigenis uit, dat Gods macht ook over dezen vijand zal zegevieren.

(Joh. 11 vs. 32—45)

Sluiten