Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze duisternis neergedaald en nu sloot de nacht zich boven Zijn hoofd samen: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?"

Nu was het licht volkomen in de duisternis ondergegaan. Nu was de Heiland in alles der menschen broeder geworden. Nu doorstreed Hij den nacht van Gods toorn, verwekt door de zonde der menschheid.

Eén der krijgsknechten nadert met onbeholpen goedhartigheid, neemt een spons en bevochtigt die met zuren soldatenwijn, steekt die op een stok en geeft Hem te drinken.

(Matth. 27 vs. 46—49)

De drie kruisen

Midden tusschen twee boosdoeners werd Hij gekruisigd. Krijgslieden te paard en te voet houden de wacht rondom de plaats des gerichts. Tegenstanders, innerlijk onzeker geworden, gaan weg. Overweldigd door mateloos leed, zinken vrouwen, die nauw aan Jezus verbonden zijn, terneer -— sluipen hier en daar enkelen weg, die zulk lijden niet kunnen aanzien. En Jezus zelf! Zijn oogen dwalen over de schare aan Zijn voeten, en nog eenmaal overwint Zijn liefde Zijn huivering voor de menschen. Een bede voor hen stijgt op tot God: ,,Vader, vergeef hun." En tot God richt Hij zich — over den afgrond van diepe verlatenheid heen: „Vader, in Uwe handen."

En als een machtig, overwinnend licht klinken in het duister de woorden op: „Het is volbracht." Volbracht is het lijden en uitgestreden. Volbracht is ook het werk. Reeds wordt de eerste prijs der overwinning binnengehaald. Op een stervenden misdadiger valt het licht der genade. Een Romeinsch hoofdman buigt de knieën en aanschouwt iets van de heerlijkheid Gods.

(Luc. 23 vs. 33-49)

Sluiten