Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOLDATEN

De weg brandde wit in den greep der zon,

verblindend wit door klagend dorre landen en eind'loos ver —, en onze starre handen omklemden wat de romp niet torsen kon.

de dag kwam zwaar en moeilijk over ons.

wij hadden zonder doel den weg geloopen.

maar nergens stonden tuinen voor ons open,

waar in de schaduw 't koele riemgeplons

van booten is en waar het held're lachen van kinderen jubelt — nergens vonden wij een zachtheid, die aan elke dood voorbij ons ver ontvoerd' naar milde bloesemnachten.

o Heer, waarom kastijdt uw toornig licht ons, moede zwervers met de doffe harten?

geen lied meer zongen wij van liefd' en smarten.

wij loopen, loopen tot dit is verricht.

G. KAMPHUIS

Sluiten