Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar achteraf mag, geloof ik, de Regeering toch wel- eens zeggen of zij over den uitslag van een verkiezing verheugd is, en nu wil ik wél den geachten afgevaardigde uit Kampen mededeejen, dat, toen ik het bericht ontving, dat dr. Kuyper gekozen was, ik dat met de meeste blijdschap vernam. Ik weet dus niet of deze proefneming van den geachten afgevaardigde om te treden op protectonistisch gebied, wel volkomen geslaagd is.

De geachte afgevaardigde uit Enkhuizen heeft mij voor liet1 alternatief gesteld: of gij zijt veranderd sedert 10 en 12 Maart, of gij hadt op 12 Maart eerlijkheidshalve de lieeren Lohman en Tydeman moeten terechtwijzen. Zooals ik de eer had te zeggen, ik aanvaard dat niet. Hier zou ik voor een alternatief gesteld worden van een van twee onbehoorlijkheden gedaan te hebben, of een frontverandering sedert 12 Maart óf op 12 Maart' in strijd met de eerlijkheid een uiting niet opgenomen te hebben.

Nu zij het mij in de eerste plaats toch veroorloofd even op te merken. dat de geachte afgevaardigde hier een zonderlinge methode volgt, namelijk om uit. uitingen van andere sprekers dan ik /«elf af te leiden wat nïijn bedoeling was. Ik wijs die methode terug. Er kunnen «eer exceptioneel© gevallen zijn, dat die methode kan worden toegepast, maar in dit geval was van een dergelijk exceptioneel geval geen sprake.

De uiting van den geachten afgevaardigde uit Goes, waaromtrent die geachte afgevaardigde zelf gisteren reeds een en ander heeft gezegd, betrof —• het is duidelijk voor ieder die haar leest — niet een óórdeel over dit Kabinet, maar een meening over het vorige Kabinet. De heer De Savornin Lobman zeide: „Ik beschouw dit Kabinet niet als een, wat nu juist is opgetredén met het doel om andere beginselen te verdedigen dan het vorig Kabinet, want ik erken, da.t het vorig Kabinet zeer veel zaken gedaan heeft, die tamelijk wel overeenkomen met de politiek, welke aan onze zijde beleden wordt: wat dan ook juist een van de redehen was, waarom de heer Van Houten dat ivabinet heeft aangevallen, w ant. naar zijn inzien was liet te clericaal."

Die opmerking betrof dus in geen enkel opzicht dit Kabinet, maar uitsluitend het vorige, en door die opmerking niet te beantwoorden, zou ik het karakter van dit. Kabinet in een verkeerd licht hebben gesteld! Hier is een logica, waaraan de major en minor ontbreekt, en waarbij alleen de conclusie gevonden wordt, die in de lucht, zweeft. v x

Ik ga verder. Indien er één uiting was, die ik niet behoefde op te nemen, dan was het deze, want het is toch een regel van algemeene usance, dat een Kabinet liefst niet anders dan gedwongen over een vroeger Kabinet spreekt. Deze opmerking van den heer Borgesius lijdt, dus aan volstrekte nietigheid.

Nu de uiting van den geachten afgevaardigde uit Tiel.

Die geacht^ afgevaardigde eindigde op 11 Maart zijn rede aldus:

„Wij zullen dus een afwachtende houding aannemen, en aan die afwachting zullen wij trachten te paren een zekere oplettendheid, een zekere waakzaamheid. De ervaring heeft geleerd, dat dit' nuttig, somwijlen- noodig is. Ook al schijnt het nu, dat dit Ministerie niet beoogt de politieke gedachten van het Kabinet van 1901—1905 te doen herleven, noch den weg daartoe te willen bereiden, het is niet onmogelijk, dat desniettemin het toch geschiedt. Het is immers meer voorgekomen, dat de goede voornemens, bij de aanvaarding van het bewind geuit, later bleken ietwat te zijn verstoven."

Mijnheer de Voorzitter! Ik veronderstel, dat toen ik de woorden: ,,de politieke gedachte van het Kabinet van 1901—1905 te doen her-

Sluiten