Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7°. dat geene verandering van jurisdictie, of begrenzing, hetzij van kerkelijke besturen, hetzij van kerkelijke gemeenten , zal kunnen worden tot stand gebragt, zonder Onze goedkeuring;

8°. dat de artikelen van het Algemeen Reglement, welke van invloed zijn ten aanzien der betrekking tussehen Staat en Kerk, niet zullen kunnen worden veranderd zonder Onze bewilliging;

9°. dat alle bestaande verordeningen verbindend blijven, zoolang zij niet op wettige wijze zijn vervangen of afgeschaft ;

10°. dat uit art. 24 niets zal kunnen worden afgeleid ten nadeele der regten van collatoren en floreenpligtigen;

11°. dat Onze bekrachtiging van het Algemeen Reglement geen grond zal kunnen opleveren, om van Staatswege voorziening in te roepen in de meerdere kosten, welke het kerkbestuur, hetzij door meer talrijke vergaderingen van de Synode of anderzins, mogt vorderen.

Onze voornoemde Minister van Justitie, voorloopig belast met het bestuur van het Departement voor de Zaken der Hervormde Eeredienst enz., is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

's Gravenhage, den 23sten Maart 1852.

(Ge/.) WILLEM.

Sluiten