Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats, door hen zelve te bepalen, en kiezen jaarlijks uit hun midden een praetorvice-praetor, scriba en quaestor (1).

De Waalsche predikanten zijn leden der Ringsvergadering (2).

(1) Behooren de Ringen geenszins lot de kerkelijke besturen, dan is de zesde bepaling van Z. M. B., houdende, dat van alle benoemingen en veranderingen in het personeel der besturen boven den Kerkenraad, dadelijk aan de Regering zal worden kennisgegeven, door het eollegie, 'twelk de benoeming heeft gedaan, of waarin de verandering van personeel heeft plaats gehad, op de in dit art. vermelde benoemingen niet toepasselijk. Intusschen zullen de Classikale Besturen van deze benoemingen opgave dienen te doen aan het Min. Dep. volgens de Min. Disp. van 22 Nov. 1817, No. 1.

(2) De Presbijteriaansch-Engelsche- en Schotsche gemeeenten behooren tot de Kerkelijke ressorten der Nederduitsche gemeente in de stad, waar zij gevestigd zijn. (art. 34).

Art. 30.

Van het hun bij artt. 27—29 van dit reglement opgedragen werk zijn zij verantwoordelijk aan het Classikaal Bestuur, waaronder zij behooren.

Hunne verdere werkzaamheden bestaan in de overweging en behandeling van onderwerpen, de Godsdienst en het Christendom, de bevordering van bijbelkennis en de waarneming van hunne bediening betreffende.

Jaarlijks zenden zij een verslag van hunne werkzaamheden in bij het Classikaal Bestuur, dat deze verslagen, door het Provinciaal Kerkbestuur, doet toekomen aan de Synode (1).

(1) Vroeger zonden de Ringen het verslag hunner werkzaamheden aan de Classikale Moderatoren, en dezen, door tusschenkomst der Provinciale Kerkbesturen, die een algemeen verslag opmaakten , aan het Ministerieel Departement , door hetwelk die verslagen telken jare aan de Synode werden medegedeeld.

Sluiten