Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegeven in gevaar komen om zelf mede gevoerd te worden! Maar, geliefde lezer! wij hebben immers, waar het de genoemde hoofdwaarheden gold, nergens toegeven aanbevolen, maar alleen een bestrijden in den geest der liefde ? En gij moogt immers ook het gevaar niet voorbij zien, dat gelegen is in het tegendeel, namelijk in die bittere onttrekking ? Een beter middel tegen verleiding achten wij te zijn: ijverig staan naar heldere en grondige kennis van die waarheden, en een onbevooroordeeld en biddend toetsen van alles aan Gods Woord?

Maar, voegt gij er bij, zullen wij door zulk eene zachtheid geene aanleiding geven, dat onkundigen door ons voorbeeld verleid worden ; moeten wij niet ook tot waarschuwing van anderen de dwaling en zonde openbaren? Wij antwoorden : indien door misbruik uw voorbeeld leidt tot geheel nalaten van alle middelen, tot een in heidensche onkunde opgroeijen, en tot misbruiken van 's Heeren dag, is dit beter? Zou er ook nog een andere weg zijn, om daartegen te waken ? Moet gij overigens dwalingen openbaren, doet het dan; maar eerst in de binnenkamer onderzocht, of er ook haat, gekwetst eergevoel of iets dergelijks onder schuilt, en of het waarlijk noodig is; en dan zoo weiniomogelijk persoonlijk.

Eindelijk beroept gij u op Gods woord en vraagt, of dan Jezus zelf, Matth. 23 en elders, ook geene sterke uitdrukkingen gebruikte; of wij niet lezen van een „afwijken van hen , die tweedragt en ergernis aanrigten tegen de leer," Rom. 16:17; en of Johannes zelf niet spreekt van „niet in huis ontvangen" en „niet groeten", 2 Joh. 10 enz. Maar wij vragen terug: Had Jezus niet met bijzondere overgegevene booswichten te doen ; en mogt Hij, de hartenkenner, niet meer zeggen dan wij ? Zou Paulus bevel tot „ afwijking van hen," niet volgens doorgaande Schriftleer eerst poging der liefde en verharding daartegen onderstellen ? En het niet in huis ontvangen van Johannes was immers in den zin van bepaalde broedergemeenschap, en streed immers niet tegen Paui.us woord: „uwe bescheidenheid zij allen menschen bekend," Eillip. 4 : 5, of tegen zijne vermaning, om „met zachtmoedigheid te onderwijzen degenen die tegenstaan." 2 Tim. 2 : 25. En ook wij hebben dié onttrekking in enkele gevallen van bijzondere verhardinoen spot niet volstrekt afgekeurd, wanneer maar luiheid" wraakzucht, hoogmoed of iets dergelijks ons niet te spoedig dien weg doet inslaan.

Sluiten