Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheelen zij wordt opgenomen. Ieder weet te waardeeren, dat hij op heusche of hupsche wijze behandeld wordt. Maar de eigenaardige hoffelijkheidsvormen der 18e eeuw ont* breken, omdat het tijdperk voorbij is, thans overal in de beoefening der welwillendheid. Daarentegen ontkomt tegen* woordig niemand aan den eisch der vrijheid, die ons vraagt, om den wil van den ander in zoover tot onzen eigen wil te maken, dat wij hem niets in den weg leggen. Zulke verschijnselen doen zich op zedelijk gebied steeds voor. Maar — in hetzelfde tijdperk is de plaats der welwillendheid in de rangorde der deugden verschillend. Het ééne, samen* hangende zedelijk geheel geeft aan alle onderdeelen een eigen plaats, waardoor èn geheel èn deelen zich onder* scheiden van een ander zedelijk geheel. Men denke zich eens in, welk een groote waardeverschuiving heeft plaats gehad in onze wereld ten aanzien van de deugd der zacht* moedigheid, eenmaal de „prinses van alle bloemen" in de zedelijke gaarde.

Ook de geschiedenis van een deugd als de philanthropie vormt hiervan een duidelijke toelichting. Aan de peripherie verkeerend in den voor*Christelijken Helleenschen tijd, komt zij eerst laat naar het centrum, maar dan ook bijna in het middelpunt in de 18e eeuw, waarin de menschen* vriend een algemeen ideaal schijnt. En sedert de laatste veertig jaar is de hoogschatting der philantropie verdwenen. Gij vindt den menschenvriend nu in een brievenbus, als de chronische invalide u als edelen menschenvriend om uw belangstelling vraagt, 't Spreekt vanzelf, dat intusschen de beteekenis van het woord zich mede gewijzigd heeft. Nog is er iets van den ouden zin in sommige kringen levend, vooral daar, waar het autonome, of liever creatieve karakter van het menschenleven achtergesteld wordt bij de voorstelling van de eeuwigheidswaarde van de individuen. Zorg voor die waarde beweegt den hedendaagschen ongeveinsden philanthroop veel meer dan eenige sentimentaliteit.

Wanneer wij nu letten op de waarde, aan het karakter van den mensch toegekend in verschillend moreel geheel, dan is deze waarde niet steeds dezelfde. Wel is, in ons avondland, die waarde steeds groot. Maar er is toch verschil. In de godsdienstige zedelijkheid nu komt een geheel eigen*

Sluiten