Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beiden evenzeer. Voor ieder was hij toegankelijk. Hij was zedig van wandel, minzaam in zijn spreken, deftig in zijnen gang en tegelijk zeer wakker en vlug. Hij had den vrede lief, maar nooit offerde hij de waarheid er aan op. Het was vaak zijne verklaring : « Ik wil geen « lettertje van de waarheid toegeven, om den vrede «te bekomen.... kan ik anders geen vrede , « dan met de waarheid te krenken , dan laat ik « hen den vrede behouden en blijve bij de waarte beid. " Hij beminde de eenzaamheid uit gemoedelijken ernst, maar hij maakte haar dienstbaar aan het heil zijner Gemeente. Hij bereidde er zich in voor tot zijn predikwerk , en <c zoo «kwam hij," zegt zijn levensverhaal:« dikwijls «op den predikstoel , dat hij meer gestudeerd « had, dan hij voor die reis kon afprediken 't geen zich uit het voormaals schier geheel excapite prediken best laat verklaren.

Te prediken was hem eene behoefte. Niet zelden beklom hij den kansel, dat de toestand van zijn ligchaam het naauwelijks gedoogde. Alleen in den uitersten nood riep hij de hulp van zijne ambtgenooten in , maar zoodra hij daartoe in de mogelijkheid was , deed hij de aldus op hem rustende schuld weder af. Om van zijne onvermoeidheid ten dezen een denkbeeld ons te vormen : — 17 kwartijnen vol werden er van zijne openbare redenen, onder het uitspreken, opgeschreven. Veelmalen predikte hij herhaaldelijk

Sluiten