Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wederom over denzelfden tekst. Zoo zijn er van hem 40 Predicatien over Coloss. I: 20, 21 ; en dan die straks gedachte 145 over «het ge« krookte riet" of Matth. XII: 20, begonnen in 1720 en geëindigd in 1734. Hoe was het mogelijk? niet waar ? hoe vooral was het mogelijk', zonder in gedurige redites te vervallen? En, of wij dan ook niet verlangen zouden , hem daarin natevolgen, toch zeker zullen wij erkennen, dat Smijtegelt een rijkdom van denkbeelden moet bezeten hebben , die schier onuitputtelijk was.

De gemeente van Middelburg was aan Smijtegelt dierbaar. Om haar sloeg hij drie beroe pingen af, eene naar Rotterdam, twee naar Utrecht. Bij zulke gelegenheden vooral bleek het , hoe hoog hij stond aangeschreven. Dan was zijn huis zelfs door de weezen uit het weeshuis omringd , die aan zijne deur stonden te weenen.

Maar velen ook waren er, die Smijtegelt geen zoo goed hart toedroegen. Velen waren bitter tegen hem. Zijn levensbeschrijver heeft daarvan : «zijne gesten werden nagebootst; zijne woor«den verdraaid; men zag met verachting en « smaad op zijne dienst neder; men heette hem «een stijfkop, een fijmelaar. Het ontbrak aan «geene namelooze lasterschriften , pasquillen , « vledermui&en en nachtuilen." Zelfs , bij aldien het berigt daarvan niet wat te sterk gekleurd is, zou hij meermalen in levensgevaar zijn geweest , zoo verbeten als velen op hem waren.

Sluiten