Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vóór hare ongesteldheid, hadden wij een zeer bepaald gesprek gehad, waarin wij wederzijds vrij hadden uitgesproken. Aan dat gesprek schijnt zij ook gedacht te hebben, want mijn nichtje, dat haar toen oppaste, heeft haar, als bij zich zelve sprekende, hooren zeggen: „het gesprek is toch kalm geëindigd." Dit kon schier op geen ander gesprek doelen. Dat (gesprek) schokte haar dus niet en ontnam haar hare kalmte niet — Twee malen ten minste, zoo niet drie malen, heb ik haar de woorden hooren opzeggen van het op één na laatste vers van Gez. 20: „als wij de doodsvallei betreen," enz., aan welk vers wij ook veel herinnering, aan meer dan één sterfbed verbonden, hadden. — Behoefde ik dan wel veel te spreken? Zij sprak en beleed zelve. Ondertusschen wij spraken en badpn ook soms te zamen. — Kalm sprak zij ook in de veronderstelling dat haar einde aan deze krankheid, en kort aanstaande zou kunnen zijn. Den oudejaarsdag 's morgens, toen ik haar einde nog > gansch niet zeker als zoo nabij dacht, sprak zij over de plaats der begraving. En toen ik sprak van de begraafplaats te Zeist, waar hare haar zeer geliefde, en haar liefhebbende zuster vóór nog geene drie jaren was ter aarde besteld, vond zij dit zeer goed. Den laatsten dag haar levens op aarde, nieuwejaarsdag 's morgens, deelde zij mij een paar bijzonderheden mede, die zij na haar overlijden door mij vervuld wilde hebben , van zulk een aard dat ik zag dat zij gansch kalm aan haar einde dacht, en eigenlijk niets meer te zeggen had. Alleen deelde zij mij nog mede dat ik ergens

Sluiten