Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vreeze des doods vooraf ging. En nu het zoo geheel anders geweest is, waaraan zal ik dit toeschrijven? Aan mijn invloed of woorden zeker niet. Ik ben verrast door haar schielijk, mij onverwacht en ongedacht spoedig, afsterven. Ik heb zelfs niet kunnen denken over de meest geschikte wijze om haar toe te spreken. Aan den invloed van andere menschen kan ik het ook niet toeschrijven. Want, schoon omringd van dienstvaardige en vriendschappelijke oppassing van de meest geschikte en haar liefste personen, en overvloedige geneeskundige hulp, zóó kort was de tijd der ziekte, zóó rasch de beslissing, en haar toestand ook zoodanig, dat niemand eigenlijk met bepaald doel van zielzorg aan haar bed is toegetreden. — Wie of wat heeft hier dan geholpen, en de vreeze des doods geweerd of weggenomen, en zonder zielsstrijd of doodsstrijd doen sterven? Ik kan niet anders denken dan aan hooger hulp, hooger troost en verlichting in die ure. Hij, aan wien zij dacht, Die alleen bij blijft in de doodsvallei, als elk aardsche vriend ons alleen laat, Hij alleen is de helper , de trooster, de leidsman, aan wien ik denken kan. Zij vroeg aan geen mensch hulp, en verlangde noch den een, noch den ander bepaaldelijk daartoe, ofschoon zij genoegzaam bij bewustheid was om daaraan te denken en dit duidelijk toonde. Daarom den Heer zij de eer en de dank, en geen mensch, ook niet haar! — De Heer heeft geweten wat zij behoefde in die ure, en heeft het geschonken. Uit genade heeft Hij getoond dat Zijne genade genoeg is, dat Zijne kracht in zwakheid volbragt

Sluiten