Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zouden wij gelijk gesteld kunnen worden met de Roomsche Inrichtingen en Diaconessenhuizen.

Onze inrichtingen worden voor de Wet meer en meer arbeidsinrichtingen, op gelijke lijn staande met werkplaatsen en fabrieken, en minder inrichtingen van Barmhartigheid. Waar blijft ook in deze ons Gereformeerd beginsel, dat meer en meer op den achtergrond geraakt?

Naar aanleiding hiervan besloot het Bestuur, een Commissie te benoemen, die het Voor-Ontwerp zou bestudeeren en een adres aan den Minister zou opstellen. Dit adres werd in April 1925 aan den Minister toegezonden, en had in zooverre resultaat, dat met verschillende bezwaren werd rekening gehouden in een nieuw ontworpen 2e Voorontwerp, welke bezwaren ook van andere zijde waren gevoeld en waarop de Minister opmerkzaam was gemaakt.

Niettemin bleven er nog vele moeilijkheden, die het Bestuur noopten in zijne vergadering van 11 Juni 1925 te besluiten, nogmaals bij den Minister aan te dringen op wegneming, zoo mogelijk, van de dezerzijds geopperde bezwaren, practische zoowel als principieele.

Besloten werd, dat het nieuwe adres zoo beknopt mogelijk zou zijn en in het kort zou weergeven de hoofdzaken van het Rapport van April 1925.

Enkele dagen later werd het bezwaarschrift aan den Minister verzonden.

Bovendien zou een onderhoud worden gevraagd met den betrokken Minister, om ook mondeling de bezwaren onzer Vereenigingen toe te lichten.

Dit onderhoud kon wegens aftreding van het Ministerie niet meer plaats hebben.

Hierdoor werd ook de voortgang inzake de regeling van den arbeid in Verplegingsinrichtingen vertraagd, doch den 4en November 1926 kwam plotseling een nieuw, het 3e Voor-Ontwerp, waarop advies werd gevraagd vóór 15 December 1926.

Ook in dit ontwerp werd geen onderscheid gemaakt tusschen kleine en groote inrichtingen, tusschen stadsins+ellingen en plattelandsinrichtingen. Ren verpleegster in het Wilhelminagasthuis te Amsterdam b.v.. zoo werd betoogd, heeft grooter verantwoordelijkheid en zwaarder taak, dan een verpleegster, die éénmaal per 3 of 4 weken eerts dienst heeft op een zaaltje van 16 a 20 kinderen, lichamelijk gezond, doch die opgepast moeten worden.

Sluiten