Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden uit Paulus' brieven zich ook een woord als dit te herinneren : „Zooals het lichaam zonder den geest dood is, zoo is ook het geloof zonder de werken dood"x) heeft het meer en meer den nadruk gelegd op de zuiverheid in de leer. Zoo ontstond naast de werkheiligheid in de Roomsche kerk de leerheiligheid in het Protestantisme en werd het kenmerk van den waren Christen meer gezocht in wat hij beleed dan in wat hij was en in het doen van den wil des Hemelschen Vaders. De stem des volks is de stem van God, zoo luidt het spreekwoord. Maar welk een scherp oordeel heeft dan God uitgesproken door wat de volksmond zegt van de „fijnen".

Ik moet hier echter nog een andere opmerking plaatsen, nl. over het verband tusschen godsdienst en zedelijk leven. De godsdienst is een machtige steun voor het zedelijk leven, omdat hij de verklaring geeft van den drang naar het goede, de rechtvaardiging voor de gehoorzaamheid aan het geweten, het vertrouwen in de zegepraal van waarheid, gerechtigheid en liefde. Verval van godsdienstig leven bracht altijd met zich mede verval van zedelijk leven. Het woord „goddeloos", dat niets anders beteekent dan „zonder God", kreeg dan ook de beteekenis van „slecht". Als de bron opdroogt, houdt de rivier op te stroomen. En als het zedelijk leven zijn kracht niet meer putten kan uit het godsdienstig leven, dan dreigt het te verschrompelen.

Maar dit beteekent niet, dat nu pok een ongodsdienstig mensch een slecht mensch is. De mensch is een cultuur-wezen d.w.z. staat onder den invloed van de denkbeelden en overtuigingen van den tijd. Hij ademt in een atmosfeer, die met Christelijke denkbeelden vervuld is en, of hij 't bekennen wil of niet, hij spreekt en handelt naar de beginselen, die het Christendom heeft weten te wekken, tenzij

i) Jakobus 2 : 26.

Sluiten