Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschijn te treden in het leven, dat zij bestemd zijn te beheerschen."

Hoe moeilijk valt het sommigen om eens tot zich zelve te komen ! Het drukke en vermoeiende werk, het talrijke gezin, de velerlei stoffelijke zorgen, de kleine, benauwde woning, de woelige straat maken het niet weinigen haast onmogelijk om de plek der rust te vinden en het oogenblik van stilte. Ik moet hierbij onwillekeurig denken aan de huismoeder, die tot mij zeide : „Als ik eens een enkele maal in de kerk ben, dan kan ik tot mijzelve komen." En het is zoo waar, wat eens een schrijver opmerkte : „Vroeger zat een iegelijk onder zijn wijnstok of vijgeboom, maar wij zitten tusschen hooge huizen en den smook van fabrieksschoorsteenen." Waar is voor velen de binnenkamer, waar de ziel haar samenspraak kan houden met God ? Waar is voor velen het hoekske in den hof, waar een Guido Gezelle zich verbergt om te denken en te peinzen ? Wanneer men de dichtbevolkte volkswijken onzer groote steden bezoekt met de nog in menig opzicht droevige woningtoestanden, dan gevoelen we levendig hoe in zulk een omgeving de mensch zich zeiven verliest. Daarom kan de Christen zich ook niet onttrekken aan de sociale vraagstukken van onzen tijd. Beneden een zeker peil van welstand is geestelijk-godsdienstig leven onmogelijk. Op welke wijze de Christen moet medewerken aan de opheffing der sociale misstanden, dat wordt beslist door zijn inzicht in 't ontstaan en de ontwikkeling van het geheele maatschappelijke leven. Maar als Christen wordt hij tot dezen arbeid geroepen door de liefde — de liefde tot God en den naaste !

Doch er zijn ook anderen, meer-bevoorrechten en beter-bedeelden, die al evenmin tot zich zelve komen en daarom ook niet komen tot God. Zij hebben wel een binnenkamer of een hoekske in den hof, maar zij kennen daarheen den weg niet of gevoelen zich in de eenzaamheid niet op hun

Sluiten