Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stichters, hervormers, martelaren om deze meening te ontzenuwen. En daarnaast zou ik willen vragen : waar zijn ze, die sterken en moedigen, die het met eigen kracht alléén beproefden ? Waar zijn ze, de ongeloovigen, die op één rij gesteld kunnen worden met een Abraham, een Mozes, een Jeremia, een Paulus, een Luther ? En welke ongeloovige zou vergeleken kunnen worden met Jezus Christus, die als een lam ter slachtbank geleid werd maar tegelijk de leeuw van Juda was ?

Geloovigen zoeken steun bij God. Zij weten, dat de mensch zwak is, dat hij struikelt in vele opzichten, dat hij het goede wel wil, maar dikwijls het kwade doet, dat hij in den strijd niet altijd moedig is en dat het hem niet steeds gelukt de opgaande lijn te volgen. Het ,,De profundis" is een echt-menschelijk lied. En omdat de geloovige dien levensnood gevoelt en tegelijk de lichtende hoogten ziet, waarheen hij klimmen moet, daarom roept hij om steun, om verlossing van de machten, die hem bedreigen, om hulpe, die hem schragen zal in zijn strijd voor het eeuwig levensdoel. En zijn roep gaat uit niet naar menschen, zwak als hij, maar naar God, dien hij in zijn binnenste vindt, een God niet van verre, maar van nabij geen vreemde nacht, maar een macht, die zich één toont met zijn innig zielsverlangen, zijn God, zijn Hemelschen Vader. Zóó gevoelt hij zich in zijn kleinheid groot, in zijn zwakheid sterk, en terwijl naar des profeten woord, jongelingen moede worden en sterke mannen vallen, vernieuwen zij, die op den Heer vertrouwen, hun kracht en varen op met vleugelen gelijk de arenden. x)

i) Jesaja 40 : 30, 31.

Sluiten