Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

291. Wat heeft er plaats aan dien discli?

292. Wat stelt Jezus in na het eten van het paaschlam?

293. In welke teekenen?

294. Op wien wijst dat brood en die wijn?

295. Wat verricht Jezus daarna aan zijne discipelen ?

296. Wat leert Jezus daardoor zijn kerk naar Joh. 13 vers 24 tot 27?

297. Yoor wien is het, door Jezus ingestelde Avondmaal, profijtelijk te gebruiken?

298. Hoe wordt deze samenkomst geeindigd ?

299. Was Judas toen ook nog aanwezig?

300. Waar heen gaat Jezus na den Paaschmaaltijd?

301. Spreekt Hij met zijne jongeren in dien tocht?

302. Wat heeft ook den Evangelist Johannes, bijzonder van Jezus aangeteekend ?

303. Met welk getal discipelen komt Jezus aan den ingang van Getlisemané ?

Sluiten