Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Wat deed Jehu ?

Jehu roeide den Baaldienst in Israël uit, maar liet uit eigenbelang den kalverdienst bestaan. 2 Kon. 14:28, 29.

3. Door wie is Jehu opgevolgd?

Jehu is achtereenvolgens opgevolgd door koningen uit zijn geslacht: Jóahas, Jóas, Jeróbeam II en Zacharias.

4. Wie stierf, terwijl Jóas regeerde?

De profeet Elisa, aan wiens sterfbed Jóas bitter weende. 2 Kon. 13: 14.

5. Wat weet gij van Jeróbeam II?

Hij was een dapper vorst, en het Rijk kwam onder hem tot grooteren bloei dan onder een zijner voorgangers 2 Kon. 14 :23—28.

6. Welke profeten hebben onder zijne regeering geprofeteerd ?

Jona, Amos, Hoséa en Obadja.

7. Wie was de laatste koning van het Rijk van Israël ?

Hoséa; onder wien het Rijk van Israël verwoest is.

8. Door wien is het verwoest?

Door Salmanéser, den koning van Assyrië, die Samaria overweldigde en Israël wegvoerde naar zijn land. 2 Kon. 17 : 6.

9. Wie werden de bewoners van het ontvolkte land ?

Salmanéser deed het bewonen door verschillende

volksstammen uit zijn gebied. 2 Kon. 17:24.

10. Onder welken naam komen die volksstammen later in de geschiedenis voor?

Onder den naam van Samaritanen. Joh. 4:9.

11. Waarom is het Rijk van Israël weggevoerd?

Omdat zij den Heere verlaten, andere goden gediend, en naar de stem zijner profeten niet gehoord hadden. 2 Kon. 17 : 7—18.

12. Zijn de Tien Stammen ook wedergekeerd uit Assyrië?

Neen, zij zijn verstrooid gebleven in de landen

Sluiten