Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien. En allen, die dadelijk tot Hem komen, hoedanigen of hoevelen zij ook zijn, zullen gewis volkomen zalig worden".

Van deze vrijheid en dit recht om van Christus gebruik te maken zegt hij later : „De grond nu, waarop de menschen, die onder het evangelie leven, recht en vrijheid hebben om Christus met al zijn goederen aan te nemen, is niet in eenige gestalte van armoede, licht, overtuiging of iets anders, maar enkel en alleen in de vrije roeping, aanbieding en noodiging van het evangelie gelegen. Zonder dezelve kan of mag niemand, hoe arm hij zij, maar op dezelve mag en moet hij, hoe verstokt hij zij, tot Christus komen".

Hoe een deel van de Gemeente hiertegenover stond, teekent hij in woorden, die doen zien, dat dit geslacht onder ons nog niet is uitgestorven. „Hooren zij, dat een dienaar van het evangelie naar den hem gegeven last het evangelie aan alle creaturen zonder onderscheid verkondigt, zoo denken zij niet alleen, maar zeggen het ook menigmaal zeer trotslijk uit: de man is al te gemeen. Zou hij in den grond wel zuiver zijn aangaande de bizondere genade ? Of wanneer men zeer zacht en bescheiden wil zijn, zoo beklaagt men hem, dat hij zoo duister is, geen licht heeft, al te goedaardig

is, de zielen al te zacht pleistert en halfgebakken christenen maakt. Doch zij denken niet, dat zij al deze beschuldigingen tegen den Heiland, die zulk een verkondiging van het evangelie geboden heeft, tegen het evangelie en tegen de geheele Hervormde Kerk, die deze waarheid gelooft en openlijk belijdt, inbrengen. Maar hoe handelen z i j dan ? Ontmoet hen iemand, zoo onderzoeken zij, of hij recht ontdekt, overtuigd en verootmoedigd is; en zij meten naar hun gemaakten graadstok, hoe vele trappen hij gekomen is en hoe ver hij nog van de eigenlijke diepte moge zijn. Bespeuren zij, dat die ellendige nog niet recht overtuigd en verootmoedigd is, of nog niet zoo diep, als zij denken, dat hij zijn moet, zoo zijn zij zeer zorgvuldig, dat zij hem niets van het evangelie of van Christus of van de verzoening voorspreken. Zij denken, dat past voor zulke nog niet. Men moet niet pleisteren, eer men wonden heeft. Hij mocht gerust worden of wat praten leeren, indien wij hem van het evangelie spraken. Wij willen getrouwer handelen dan andere. Hoe moet men dan doen ? Men moet de menschen ontdekken, overtuigen en verootmoedigen. Waardoor ? Door de wet of liever door een harde behandeling, zonder juist den eisch der wet medelijdend en

Sluiten