Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Avondmaal van elkander te scheiden, moet worden afgewezen als een verwereldlijking van de gemeenschap der Gemeente.

Daarom is het niet geoorloofd, het doen van belijdenis naar beneden te halen, als ware het enkel een toetreden tot een menschelijke godsdienstige gemeenschap, waarvoor niet anders vereischt wordt dan instemming met het doel dier gemeenschap, zooals men instemt met het doel van iedere vereeniging, van welke men lid wordt.

Maar het is evenmin geoorloofd het Avondmaal zoó te verheffen, dat het buiten het bereik van den mensch komt te liggen, die zich bewust is een zondig en door en door gebrekkig mensch te zijn.

Het is treffend voor dengene, die de beweging in haar grond onderkent, op te merken, hoeveel Roomsche trekken de strak onderwerpelijke richting draagt. Ook ten opzichte van het Avondmaal is dat het geval.

Rome is de groote eerroover van Christus. Zij heeft Christus weggeborgen en Hem aan de Gemeente ontnomen. Den weg tot Christus heeft

zij voor de menschen afgesneden. Maar zij

heeft dat gedaan onder een schoonen schijn. Zij heeft Christus zoo zeer verhoogd, dat Hij de ongenaakbare geworden is. Hij is zoo heilig, dat het voor een gewoon menschenkind niet past om tot Hem zelf de toevlucht te nemen. Een Sinaï

in heiligheid is Hij gelijk, omringd van bliksemstralen. Alleen een heilige, alleen een bizonder heilige kan ongestraft tot Hem naderen. Daarom spoort Rome de menschen aan de tusschenkomst van de heiligen in te roepen ; dan is het misschien mogelijk bij dien heerlijken Christus gehoor te krijgen.

Zeg nu eens eerlijk, is de beschouwing van het Avondmaal, d.w.z. van Christus, in het Avondmaal ons verschijnende, bij de strak onderwerpelijke richting niet volkomen dezelfde ? In het Avondmaal is Hij de ongenaakbare geworden, de Heilige, die dreigt een ieder te verteren, die niet in alles beantwoordt aan de geweldige eischen, die Hij stelt. Daarom is aan het Avondmaal volgens deze beschouwing alleen plaats voor de heiligen, voor bizonder heilige menschen, de uitgelezenen onder de uitverkorenen. En ook deze moeten nog sidderende naderen wegens de buitengewone heilige sfeer van het Avondmaal. Nog onlangs hoorde ik van een man, in eigen oog een christen, want hij sprak vrijmoedig van de trekkende en verlossende genade Gods, hem bewezen, die er zich op beroemde, dat hij nooit ten Avondmaal was gegaan. Ja, hij beroemde zich daarop, want het was volgens hem een bewijs van een bizondere teederheid des levens, een bewijs, dat hij het bizonder nauw nam, een bewijs, dat hij meerdere genade zocht. Wat moet er van het

Sluiten